Hoe bieden we passende hulp aan jongeren met complexe problematiek, zodat ze terug naar school of aan het werk kunnen?

Waar werken we aan?

Doel is: samen, op een slimme en slagvaardige manier, kansen creëren voor kwetsbare jongeren die de arbeidsmarkt niet op eigen kracht bereiken. Deze jongeren kunnen beter geholpen worden als er minder verkokeringen belemmerende regels zijn.

Op basis van casussen ervaren we wat nodig is voor jongeren om terug naar school of aan het werk te gaan. Als een casus dreigt vast te lopen gaan we met de gemeente en lokale en landelijke organisaties om tafel. Aan deze ‘escalatietafels’ zoeken we samen naar oplossingen. Jongeren zijn ook vertegenwoordigd.

Waarom werken we hieraan?

Veruit de meeste jongeren vinden op eigen kracht en met steun van hun omgeving een plek in de maatschappij. Maar een goede start is niet voor alle jongeren vanzelfsprekend. Veel jongeren gaan niet naar school en werken niet. Nog meer jongeren hebben een vorm van jeugdhulp, jeugdreclassering of jeugdbescherming gehad. Zij zijn kwetsbaar in de samenleving, op school en op de arbeidsmarkt.

Bovendien maakt de toegenomen flexibiliteit en concurrentie op de arbeidsmarkt deze jongeren nog extra kwetsbaar. Participeren is voor hen geen vanzelfsprekendheid. Door dit alles zijn we geneigd om over deze jongeren te spreken in termen van problemen en niet van kansen. Dat is zonde, want in iedereen schuilt talent dat we goed kunnen gebruiken. Jongeren kunnen zelfredzaam worden als zij de juiste steun in de rug krijgen.

Wat doen we?

We willen uiteindelijk alle jongeren naar “leren en werken” helpen. Dat is op dit moment het langetermijndoel. Daarvoor is het eerst nodig om bestaanszekerheid voor de jongeren te creëren. We willen immers niet dat jongeren met een onoverkomelijke achterstand ‘starten’. Bestaanszekerheid creëren doen we door:

  1. een passende woonplek,
  2. ‘rust in de tent’, denk vooral aan kinderen,
  3. inkomen en schuldhulpverlening,
  4. kinderopvang,
  5. vrijwilligerswerk of beschut werk.

Apeldoorn en Enschede zijn al actief met een specifieke aanpak voor jongeren. De leefwereld staat centraal, en de ambitie is om een jongere echt verder te helpen met leren en werken. In het programma Sociaal Domein gaan Apeldoorn en Enschede op basis van casuïstiek een innovatieve, methodische aanpak ontwikkelen. Dat gebeurt samen met een kennisinstituut, zodat andere gemeenten en professionals er hun voordeel mee kunnen doen.

Enschede pakt 20 tot 25 casussen waarop zij ‘de perfecte persoonlijke aanpak’ organiseren. Het gaat hier om complexe casuïstiek. In samenwerking met de jongere wordt een volgende stap gezet in de richting van leren en/of werk. Er is een Actieteam actief waarin diverse disciplines samenwerken en er wordt een verbindingsofficier aangesteld. De gemeente Apeldoorn werkt vanuit de Sluitende Aanpak Jongeren aan de genoemde ambitie. Er is een ‘casus-lab’ waarin diverse disciplines al samenwerken. Gemeente Apeldoorn wil 20 tot 25 casussen inbrengen waar sprake is van schurende regelgeving en multiproblematiek.

De centrale vraag voor Enschede is: hoe bieden we de meest passende oplossing per individu in een complexe situatie, en wat kunnen we leren? De casussen en de beschrijvingen geven een beeld van hoe we werken. Maar ook waar we tegenaan lopen: zijn dit barrières die we zelf opleggen of komen ze van anderen?

Onze belangrijkste knelpunten zijn:

  • Voor ex-gedetineerden is ondersteuning niet goed geregeld: teveel toezichthouders/regisseurs, maar te weinig concrete hulp om in bestaanszekerheid te voorzien. Daardoor is het een wonder als iemand níet terugvalt.
  • Als iemand niet gemotiveerd is worden we óf streng, óf we laten het erbij zitten. Terwijl het ook vaak een kwestie is van niet kunnen (lvb-problematiek/alle vertrouwen in volwassenen kwijt).
  • Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, en ontstaat in een persoonlijke relatie. Iemand legt niet zomaar z’n sores neer bij onbekende. Dit geldt net zo goed voor de hulpverleners, die delen ook liever hun successen dan hun struggles
  • Statushouders kunnen moeilijk praktijkplekken vinden waar ze goed kunnen oefenen met de Nederlandse taal, geen stage of bbl.
  • Er zijn moeilijk afspraken te maken over wie de regiehouder/casemanager is als diverse hulpverleners betrokken zijn.
  • Er mist een systeem waarbij de leerling of klant beheerder is van zijn eigen (digitale) dossier.
  • Wachttijden en flexibiliteit van betrokken instanties als bijvoorbeeld de Belastingdienst.

Wat hebben we tot nu toe bereikt?

Op 18 oktober 2018 organiseerden we in Twente een regionale bestuurlijke conferentie “Uitgevallen maar niet buitenspel” voor de jongvolwassenen 16-27.

  • Enschede: casus-lab (actieteam met o.a. escalatietafels met betrokken partijen en jongeren zelf)
  • Apeldoorn: een verbindingsofficier brengt knelpunten in kaart o.b.v. 20-25 casussen, en legt verbindingen
  • Opschalen gebeurt vooral binnen de gemeente en in de regio, bijvoorbeeld door middel van de bestuurlijke conferentie in Twente, en via het Divosa-congres.

Ook het landelijke netwerk Jongvolwassenen 16-27 (van gemeenten voor gemeenten – VNG) benutten we hiervoor.

Welke gemeenten en organisaties doen mee?

Gemeenten

  • Apeldoorn
  • Enschede
  • Hengelo

Organisaties

Divosa

Meer weten?

Neem contact op met Ypkje Grimm: y.grimm@enschede.nl.