Podcast #12 Een kansrijke start

Of een kind een met gezonde of juist een valse start zijn leven begint, heeft cruciale gevolgen voor de kansen in de rest van zijn leven. En de start begint al in de baarmoeder, helemaal aan het begin van de zwangerschap. Als vrouwen in armoede leven, heeft dit grote negatieve gevolgen voor het embryo, de baby en later het kind. Om die kansen te vergroten, werken het medisch en sociaal domein daarom samen in het programma Kansrijke Start. In deze podcast vertellen Eric Steegers, hoogleraar gynaecologie aan het Erasmus MC en Jordy Clemens, wethouder in Heerlen, over “sociale verloskunde” en over het programma. Hoe hangen armoede, zwangerschap en levensverwachting met elkaar samen? Waarom zijn er zulke grote gezondheidsverschillen tussen pasgeborenen in Nederland? Hoe ziet de levenslange impact van een slechte levensstart eruit? En vooral: wat kunnen we doen om die eerste duizend dagen zo goed mogelijk te laten verlopen?

Podcast #12 Een kansrijke start

Kansrijke start

Je luistert naar Zaaigoed onderdeel van het Programma Sociaal Domein, inspiratie voor en door Rijk en gemeenten.

De ontwikkeling die een kind doormaakt in de eerste duizend dagen van zijn of haar leven, is ongekend. Van een bevruchte eicel tot een tweejarige peuter. In geen enkele andere periode in het leven worden zo veel mijlpalen bereikt.

Rozenboom: ‘Alle organen worden aangelegd in de eerste twaalf weken van de zwangerschap, de afweer wordt opgebouwd, je hecht je aan anderen, je gaat kruipen, staan, lopen, drinken, eten, praten en je groet enorm. Voor het idee, als je in het tempo van de eerste duizend dagen door zou groeien, dan woog je nog voor dat je naar de basisschool gaat één miljoen kilo.’

Je hoort Tessa Rozenboom, hoogleraar vroege ontwikkeling en gezondheid aan de Universiteit van Amsterdam, die in een video voor RTL-nieuws vertelt over het belang van die eerste duidend dagen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt steeds duidelijker hoe cruciaal die dagen zijn. Welke impact een goede start heeft, maar ook hoe een valse start eruitziet.

Rozenboom: ‘Als die eerste ontwikkeling niet goed loopt, dan heb je daar levenslang last van. Zelf deed ik onderzoek naar de Hongerwinter van 1944-1945. De conclusie, ondervoeding in de eerste twaalf weken van de zwangerschap heeft blijvende gevolgen voor het kind. Deze Hongerwinterkinderen hadden vaker hart- en vaatziekten, longziekten, nierziekten en borstkanker en depressies. Vanuit de kinderpsychiatrie weten we dat kinderen die liefde, zorg, aandacht en stimulatie missen een grotere kans hebben op mentale gezondheidsproblemen en verslavingen.’

In deze aflevering van Zaaigoed gaan we in op het Programma Kansrijke start. Dat zich richt op de eerste duizend dagen van een kind. Je hoort Eric Steegers van het Erasmus MC en Jordy Clemens, wethouder in Heerlen. Hoe hangen armoede, zwangerschap en levensverwachting met elkaar samen? Waarom zijn er zulke grote gezondheidsverschillen tussen pasgeborenen in Nederland? Hoe ziet de levenslange impact van een slechte levensstart eruit? En vooral: wat kunnen we doen om die eerste duizend dagen zo goed mogelijk te laten verlopen? Je hoort het in deze aflevering van Zaaigoed: Een kansrijke start.

Je hoort Eric Steegers, hoogleraar gynaecologie aan het Erasmus MC in Rotterdam en afdelingshoofd verloskunde en gynaecologie. Hij vertelt allereerst, in lijn met wat je net al hoorde in het fragment van Tessa Rozenboom, over het belang van een goede zwangerschap voor heel het leven.

Steegers: ‘Zwangerschap en geboorte is niet iets van dat moment alleen, het is iets wat welzijn en gezondheid van mensen eigenlijk voor hun hele leven al bepaalt. Wat maakt dat je zwangerschap ook in een hele andere betekenis moet zien. Het zijn een aantal maanden waarop dat individu dat nog niet geboren is, dat de kansen die dat kind krijgt dan al eigenlijk voor een deel worden bepaald.’

En bij dit al grote inzicht kwamen recentelijk twee nieuwe wetenschappelijke inzichten die aan de basis staan van de sociale verloskunde en het Programma Kansrijke Start. Allereerst dat al gelijk de eerste weken van de zwangerschap tellen.

Steegers: ‘Dat niet alleen in de tweede helft van de zwangerschap groei en ontwikkeling van dat ongeboren kind bepalend is, van hoe gaat het daarna. Maar dat zelfs de eerste weken van de zwangerschap al belangrijk zijn. Wij hebben, ook in Rotterdam, nu studies gedaan waaruit blijkt dat de ontwikkeling van dat embryo zoals ze dat noemen, dat vruchtje in de eerste weken van de zwangerschap, en u moet zich realiseren dat heeft dan de grote van één tot drie centimeter, dat zelfs dan al verschillen in groei en verschillen in hoe zo’n vrucht zich ontwikkelt. Zo vroeg al invloed heeft hoe gezond dat kind zeven of acht maanden later wordt geboren. Sterker nog, we hebben in Generation R, dat is een grote Amsterdamse studie van tienduizend zwangere vrouwen en hun kinderen. Hebben wij gezien dat kinderen die toen ze nog in de buik van de moeder waren, in de eerste weken van de zwangerschap, toen ze zeg maar één tot drie centimeter groot waren. Als ze toen al wat kleiner waren, dus eigenlijk toen al wat minder goed groeide. Dat als je die kinderen terugziet op zesjarige leeftijd, dat je ziet dat die kinderen al een wat hogere bloeddruk hebben en wat hoger cholesterolpercentage hebben en ook al een hogere BMI hebben, wat dikker zijn. We hebben echt dus dat bewijs geleverd dat die hele vroege ontwikkeling in de eerste weken van de zwangerschap al belangrijk zijn.’

Het tweede belangrijke recente wetenschappelijke inzicht is dat de sociale omgeving zeer bepalend is voor de ontwikkeling van een ongeboren kind. Dit inzicht kwam tot stand toen Eric Steegers van Nijmegen in Rotterdam ging werken. Hij constateerde dat er in de Rotterdamse praktijk veel meer kindersterfte, vroeggeboorte en laag geboortegewicht voorkwam. Er leek daar toen wel een verklaring voor.


Steegers: ‘Dat heeft vast te maken met het feit dat mensen met een migrantenachtergrond veel vaker in die steden wonen, en daar zal het dus wel aan liggen. Maar we hadden in de tussentijd plattegrondjes gemaakt van de gemeente Rotterdam op wijkniveau, waarbij we zagen dat er wijken waren die dieper rood waren gekleurd, want die cijfers daar lieten zien dat die problemen van sterfte van pasgeboren kinderen, van vroeggeboorte en een te laag geboortegewicht soms daar wel vier keer vaker voorkwamen dan in Nederland. En dat was enorm schrikken. De invloed van wonen in zo’n achterstandswijk, dat sloeg vooral toe op witte autochtone Rotterdammers. En veel minder of zelfs niet op mensen met een migranten achtergrond. En toen wisten we, toen snapten we wat er aan de hand was. Het was de invloed van armoede, pure armoede. Ja dat was echt een eye opener.’

Toen er vergelijkbare cijfers over pasgeborene in Heerlen bekend werden, kwam ook daar het nieuws hard aan. Vertelt Jordy Clemens wethouder onderwijs, jeugd, cultuur, erfgoed en wonen in Heerlen.

Clemens: ‘Die studie die liet zien dat kinderen die in Heerlen geboren werden, dat die een aanzienlijk grotere kans hadden om als baby te sterven, om als kind ziek te worden. En nou ja, dat is niet omdat in de gemeentegrenzen van Heerlen nou specifiek het ongezonder is, maar het heeft natuurlijk alles te maken met de sociaaleconomische situatie binnen onze gemeente. En dat zegt dus heel veel over wat de invloed van een veilige en gezonde omgeving op een baby op een kind, wat die is en hoe groot die impact ook is. En ik zeg het altijd maar graag zoals het is, dat dat gewoon ook met leven en dood te maken heeft.’

Jordy vertelt hoe je als je Heerlen wil leren kennen buslijn 20 zou moeten nemen. Dan zie je de verschillende kanten van de gemeente.

Clemens: ‘Je vertrekt in Schinveld. Je maakt een stukje langs de Brunssumerheide, prachtig wandelgebied voor iedereen aan te raden. En kort daarna rijd je Heerlen noord in, en dan zul je het verschil al zien met Schinveld, dan kom je in buurten waar de sociaaleconomische problematiek aan de orde van de dag is. Dan kom je door buurten die in eerste gezicht als je om je heen kijkt ook gedomineerd worden door sociale woningbouw, door de meer betaalbare koopwoningen. Die bus die leidt jou dan door Heerlen centrum, rondje om het Roda stadion uiteindelijk naar Kerkrade west. En ook dat is denk ik een hele interessante buurt. De gemiddelde woningwaarde tussen Schinveld waar je begin, en Kerkrade waar je eindigt is bijna een ton. De levensverwachting van mensen loopt tussen de zes en de zeven jaar uit elkaar, afhankelijk van of je in Schinveld of in Kerkrade west woont. Het feit dat een kind afhankelijk van waar toevallig het wiegje staat, in Schinveld of in Kerkrade west, al eigenlijk bij zijn geboorte zes of zeven jaar minder levensverwachting heeft. Dat zo’n kind een kleinere kans heeft om later te gaan sturen. Dat zo’n kind een grotere kans heeft allerhande ziekten gedurende het leven te ontwikkelen.’

Maar op welke manier hangen armoede en sociale omstandigheden samen met kindersterfte, laag geboortegewicht, vroeggeboorte en alles wat daaruit volgt?

Steegers: ‘Dus wij denken dat die armoede en die sociale omgeving zoveel invloed heeft omdat dat gepaard gaat, en dat weten we ook, met veel meer stress van zwangere vrouwen. En vooral ook het gevoel dat je al die problemen niet goed kan hanteren, dat je die regie daar niet meer over hebt. Want dat is ook wat in die wijken opviel, gezinnen en zwangere vrouwen hebben daar niet echt één probleem, ze hebben soms bergen van problemen. En dan verlies je eigenlijk de controle om daar wat aan te doen, en dat leidt tot stress. En we weten dat stress, biologische stress ook in de zwangerschap, inderdaad leidt tot een grotere kans op dat het kind te vroeg wordt geboren of dat hij niet goed groeit in de zwangerschap. Een tweede verklaring is dat mensen in die omstandigheden ook qua leefstijl betreft vaker problemen hebben. Ze eten slechter, ze roken vaker, ze drinken ook vaker alcohol en gebruiken drugs. Dus ook leefstijl gerelateerde problemen komt daar veel vaker voor. En daarvan is inmiddels heel duidelijk bekend dat wat ik net noemde, voeding, roken, alcohol en drugs, echt een slechte invloed hebben op de uitkomst van de zwangerschap. Dus dat zijn in ieder geval twee verklaringen waar wij denken dat de omgeving zo belangrijk is, bepalend is voor de gezondheid van het pasgeboren kind.’

Heftige inzichten dus, sociale omstandigheden bepalen de gezondheid van een pasgeborene en hebben daarmee impact op het hele leven van dat kind. En al de eerste weken van de zwangerschap zijn essentieel daarbij. Maar er is ook goed nieuws.

Steegers: ‘Het goede nieuws is dat ouders en zorgverleners er heel veel aan kunnen doen om die groei en ontwikkeling van dat ongeboren kind zo goed mogelijk te stimuleren.’

Clemens: ‘En dat die oorzaken van die grote verschillen dat dat dingen zijn die in mijn beleving oplosbaar zijn, daar hebben we invloed op. En dat wij daarom ook gewoon verplicht zijn om onze invloed aan te wenden, om die situatie verbeteren. De kansen van kinderen te vergroten.’

Dat was ook de gedachte van Eric Steegers toen hij de onderzoeksresultaten in Rotterdam zag.

Steegers: ‘En ik realiseerde me toen onmiddellijk dat we daar als beroepsgroepen; verloskundigen, gynaecologen, iets mee moesten. Want de conclusie was dat je eigenlijk pas goed voor een zwangere vrouw kan zorgen, als je ook die risico’s wat betreft de sociale omgeving meeneemt. Dat ze ook vraagt naar situaties van armoede. Dat je vraagt naar hebben mensen schulden? Is er sprake van huiselijk geweld? Dus in andere woorden, wat bleek is dat je dat medische domein, om het zo te noemen, in die zorg moet combineren met het sociale domein. En dat was nieuw, dat was eigenlijk ook nieuw in de hele gezondheidszorg, maar zeker ook nieuw in de verloskundige zorg.’

En dus stapte Eric naar de gemeente Rotterdam, de toenmalige wethouder Jantine Kriens.

Steegers: ‘En Jantine Kriens snapte dat eigenlijk onmiddellijk en zei toen letterlijk: ‘Nou Eric, nu is het niet alleen jouw probleem, nu is het ook mijn probleem. Daar gaan we wat aan doen.’ En zij heeft toen gezorgd voor een groot door de gemeente Rotterdam gesubsidieerd project, waarbij de GGD Rotterdam samen met het Erasmus MC een groot programma in de stad hebben ontwikkeld en uitgerold. En dat heette ‘Klaar voor een kind’. Waarbij de kern was, wat ik net al zei, dat medisch en dat sociale domein met elkaar verbindt. En we zijn dat thema, dat op een andere manier zorg leveren aan zwangere vrouwen, dat zijn we ‘sociale verloskunde’ gaan noemen.’

Sociale verloskunde, waarin dus het medische en het sociale samenkomen. Dat vergde gemeente Rotterdam die haar bewust was van haar verantwoordelijkheid.

Steegers: ‘Het vergde ook aan de medische kant, de verloskundige en gynaecologen, berijd moesten zijn als ze zwangere vrouwen zagen dat ze ook gingen vragen naar die sociale problemen. Dat klinkt logisch, maar dat vergt van hele andere attitude van hoe je tegen risico’s bij een zwangerschap aankijkt. We hebben toen met speciale ook nieuwe vragenlijsten ervoor gezorgd dat ernaar gevraagd wordt. En we hebben ook ervoor gezorgd dat je zorgverleners helpt met dan het organiseren van die zorg, en dat hebben we met zogenaamde zorgpalen gedaan. Dus een voorbeeld dat iemand heel veel zorgen heeft over financiële schulden, dan konden wij in Rotterdam via de computer en internet eigenlijk op dat moment voor die vrouw, in die wijk, direct zien hoe je die zorg kan organiseren en waar zij de volgende dag terecht kan of kon. En datzelfde geldt voor een teenagerzwangerschap, dat je als verloskundige of gynaecoloog direct kan zien van hoe kan ik dat nou organiseren in die wijk? En waar kan ze dan terecht? Hetzelfde geldt ook voor roken, waar kan deze vrouw volgende week terecht om haar te helpen te stoppen met roken? Dat was de kracht van het programma, want als je dat niet doet. En de verloskundige of gynaecoloog, en dat heb ik in het verleden zelf ook wel eens gehad, dat je een middag aan het bellen bent om uit te vinden waar kan deze vrouw terecht om haar te helpen met het roken te stoppen? Ja, dat doe je een keer, maar dat blijf je niet doen. Dat kost je gewoon te veel tijd. Dus in dit programma hebben we dat heel eenvoudig gemaakt. Dat die, we noemen dat zorgpaden, dat die snel te vinden zijn en ook beschikbaar zijn. Dat is dus een belangrijk succes geweest.’

Het Rotterdamse Programma Klaar voor een kind en de opvolger Stevige Start dat onder de toenmalige wethouder Hugo de Jonge tot stand kwam, heeft zijn vruchten afgeworpen.

Steegers: ‘Wat we in de stad Rotterdam hebben gezien is dat die cijfers zich eigenlijk weer bewegen en zelfs zijn uitgekomen op het landelijk gemiddelde. Daar zijn wij heel blij mee, omdat Rotterdam voordat we met die programma’s begonnen echt qua sterfte van pasgeboren kinderen maar ook het probleem van vroeggeboorte en laag geboortegewicht, ver uitstaken boven het Nederlandse gemiddelde. Daarvan hebben we als Rotterdam toen gezegd, ook met de wethouders: ja, dat moet echt terug naar dat Nederlands gemiddelde. En dat is voor een heel groot deel gelukt. En daar zijn we heel blij om.’

Het succes in Rotterdam bleef niet onopgemerkt. Daarom werd vanuit het ministerie van VWS en het Erasmus Healthy Pregnancy for all gestart. Waarin eerst elf, later zeventien, en nu honderdvijfenzestig (165) gemeenten aan de slag gaan met sociale verloskunde en preconceptiezorg. In september 2018 komt daar het landelijke actieprogramma Kansrijke Start bij.

Steegers: ‘Dat Programma Kansrijke Start welst eigenlijk dat thema sociale verloskunde, maar dat niet alleen. Het zijn die eerste duizend dagen waarbij ook de eerste twee levensjaren van dat kind ook nadrukkelijk aandacht behoeven. Dat Programma Kansrijke Start heeft een stuurgroep die het algemene overzicht heeft van wat er in het land gebeurt. Maar het belangrijkste werk gebeurt in de, wat wij noemen, lokale coalities. Waarbij in de gemeente zelf die verbinding wordt gezocht tussen de gemeentelijke partijen en de zorgverleners.’

Heerlen is een voorbeeld van zo’n lokale coalitie. Daar zijn ze met alle partijen die rondom gezinnen en jonge kinderen betrokken zijn het gesprek aangegaan. Jeugdgezondheidszorg, verloskundige en kraamzorg, peuterspeelzalen en scholen, consultatiebureaus en welzijn.

Clemens: ‘In ons geval hebben we gezegd we gaan met een kleine twintig actielijnen aan de slag. En binnen die twintig actielijnen gaat het over; hoe zorgen we ervoor dat we ons werk beter kunnen doen op al die fronten? Dus iedereen die rondom dat gezin werkt. Dat gaat over concrete impact, dus hoe brengen we ouders en hulpverleners bij elkaar? Hoe laten we ouders ook elkaar helpen? Hoe zorgen we voor directe ondersteuning voor gezinnen waar een kind geboren wordt? Het gaat ook over nieuwe verbindingen leggen tussen hulpverleners. En het gaat, dat is niet onbelangrijk, ook over monitoring, over onderzoek en hoe brengen we dat onderzoek naar de praktijk toe?’

Jordy noemt dus verschillende soorten actielijnen, waarbij de verbinding tussen de verschillende soorten professionals een hele belangrijke was.

Clemens: ‘Ja, wat mij is opgevallen is dat als die ontmoetingen plaats vinden tussen mensen in het, nou ja alsof daar zo’n scherpe grens is, laten we zeggen mensen in het sociaal domein, het meer maatschappelijk domein aan de ene kant en aan de andere kant het medisch domein dat daar zelden misverstanden waren of dat mensen elkaar niet begrepen. Of dat er een ander beeld was bij de noodzaak of bij welke aanpak van belang was. Maar dat het grootste probleem misschien wel was dat die ontmoetingen eigenlijk relatief weinig plaatsvinden, dus die hebben we eigenlijk actief moeten organiseren. Dat moeten we denk ik ook blijven doen, omdat we heel veel te winnen hebben bij elkaars werelden.’

Het gaat om verbinding op casus niveau, hetgeen waar Eric het eerder ook al over had toen hij het over zorgpaden had. Weten welke hulp je kan inroepen als je ziet dat er in een gezin meer ondersteuning nodig is. Weten wie je moet bellen.

Clemens: ‘En anderzijds geloof ik ook heel erg in ontmoeting in de zin van dat je elkaar buiten specifieke casussen ook het gesprek voert over; Wat is er nodig? Waarom doen we dat? Wie zijn die mensen? Kennen we de buurten waarover we het hebben? Kennen we de gezinnen waarover we het hebben?’

Verbinding tussen de verschillende domeinen is dus een belangrijke generieke lijn in Kansrijke Start in Heerlen. Er zijn ook concrete programma’s op het niveau voor ouders en kinderen.

Clemens: ‘Bijvoorbeeld Top Mama, dat doen we in samenwerking met de Universiteit Maastricht en dat draait eigenlijk helemaal om gezonde levensstijl van moeders. Dat zat niet in folders of in voorlichtingsfilmpjes, maar daarbij ging echt een wetenschapper van de universiteit met die moeders in gesprek. Niet een keer, maar regelmatig, als in een soort van coachingstraject waarin de moeder niet alleen maar werd meegenomen in hoe belangrijk een gezonde levensstijl is. Overigens niet alleen de moeder beide ouders natuurlijk. Meenemen in het belang van de goede levensstijl maar ook in hoe doe je dat dan? Hoe zorg je dat je stopt met roken en hoe blijf je van de sigaretten af? Heel concreet. Hoe betrek je ook je omgeving in die gezonde levensstijl en hoe zorg je dat anderen je daarbij helpen?’

Want naast een gezonde levensstijl is ook een goed sociaal netwerk goed voor ouders, om een goede ouder te kunnen zijn voor hun kind.

Clemens: ‘Kijk, ook heel veel ouders zijn voortdurend opzoek naar hoe zij een betere ouder voor hun kind kunnen zijn. En dat begint heel vaak ook bij een omgeving die hen stimuleert om goed ouder te zijn. En die hen helpt, die hen soms ook praktische tips daarvoor geeft. En dat hebben wij lokaal eigenlijk vertaald in een maatjesproject, dat noemen wij de Ooievaarsmoeders. En Ooievaarsmoeders zijn eigenlijk ervaren moeders in buurten die eigenlijk nieuwe ouders ook, soms wel letterlijk, onder de arm nemen en hen ondersteunen bij alles wat er komt kijken bij het zijn van een jonge ouder. Dan moet je echt denken aan van alles en nog wat. Dat varieert van hoe zit dat nou met kindergeld? Hoe gaat het nou met het kind naar de peuterspeelzaal brengen? Wat is goede voeding, waar krijgt je dat? Waar kun je ook met ingewikkelde hulpvragen terecht? En dat Ooievaarsmoeders project was dusdanig leuk en dusdanig sprak het ook aan, dat we inmiddels niet alleen Ooievaarsmoeders hebben maar ook Ooievaarsvaders hebben. En dat ze ook regelmatig bij elkaar komen, ook weer in de eigen buurt in onze zogenaamde oudercafés.’

Voor kinderen is het belangrijk dat ze van hun ouders ook voldoende hechting en aandacht krijgen. En geprikkeld en gestimuleerd worden in die eerste twee jaar van hun leven. Om ouders daarbij te helpen is in Heerlen de bibliotheek aangehaakt bij de aanpak rondom Kansrijke Start.

Clemens: ‘En dat zat hem in het feit dat daar toch een zekere laagdrempeligheid in zit. Iedereen kent de bibliotheek, je wandelt er ook zo binnen. En in toenemende mate weten ook heel veel mensen dat je in de bibliotheek voor veel meer terecht kunt dan alleen boeken. En is het ook echt een plek waar mensen elkaar ontmoeten, waar je voor hulp en ondersteuning naartoe kunt. En wij zagen dat die bibliotheken bij ons daar ook zelf heel erg op reageerden. Dat zij hun aanbod ook gingen aanpassen op ouders die daar met een hele specifieke opvoedingsvraag kwamen. Dus wat je nu ziet als je hier in een willekeurige bibliotheek in Heerlen inwandelt, is dat er speciale hoeken zijn ingericht. En die hoeken die zijn soms gezellig en dan gaan ze over bijvoorbeeld voorlezen. Nou, hoe doe je dat? Hoe kan je daarbij hulp krijgen? Wat voor boeken kun je daarbij pakken? Hoe kan je je als ouder daarin ontwikkelen? En soms gaan ze ook over heel concreet over gezonde voeding, over opvoedvraagstukken, over hoe je omgaat met hele specifieke situaties die je thuis kunt tegenkomen. En de bibliotheekmedewerkers die zijn, veel meer dan we misschien geneigd zijn te denken, ook mensen geworden die de brug zijn geworden tussen die hele grote poel aan informatie, in zowel boeken als wetenschappers, en de mensen met een hulpvraag. Dus ik vind dat wel een hele grote verrassing ook in de afgelopen jaren.’

En wat Jordy dus aangeeft, de gemeente heeft ook bewust ingezet op monitoring van de effecten van hun aanpak.

Clemens: ‘Als je de aanpak in de praktijk serieus neemt, dan moet je volgens mij ook de wetenschappelijke monitoren serieus nemen. Dat is waarom wij met de Universiteit Maastricht maar ook met Zuid Hogeschool daar ook afspraken over hebben gemaakt dat zij monitoring doen. Dat zij ook voortdurend oog houden op wie doet nou wat en waar? En welk effect daarvan kunnen we meten? En dat is natuurlijk cruciaal om ook nu, nu we al een aantal jaar aan de slag zijn weer met elkaar de balans op te gaan maken. En te gaan kijken waarmee gaan we straks door? Wat gaan we opschalen? Wat gaan we misschien straks een beetje minder doen? Wat heeft onvoldoende effect en gaan we niet meer doen?’

Dergelijk onderzoek naar de inzet van zwangere in Rotterdam heeft zoals we eerder al hoorden uitgewezen dat er verbetering te realiseren is. Rotterdam is naar het landelijk gemiddelde bewogen op het gebied van kindersterfte, vroeggeboorte en te laag geboortegewicht. Het kan dus.

Steegers: ‘De discussie zou niet alleen moeten gaan om hoe doen we het als Nederland gemiddeld met elkaar. Maar er is ook een ander thema, wat mij betreft ook voor maatschappelijke discussie en dat is; hoe groot zijn de verschillen in kansen die die kinderen hebben op een gezonde geboorte en een gezonde start in het leven? En ik zeg wel eens, de postcode van waar je wordt geboren lijkt belangrijker te zijn dan bewijze van spreken je erfelijke code. En daar moeten we echt met zijn allen wat aan doen en ik vind ook dat we daar maatschappelijk met elkaar ook wat van moeten vinden.’

Met daarin dus een grote rol voor gemeenten.

Clemens: ‘We gaan over het jeugd- en jongerenwerk, we gaan over de jeugdzorg, we gaan over onderwijs voor een deel, we gaan over zo ontzettend veel zaken ook op andere fronten die gezinnen op allerlei manieren direct raken. En dat betekent aan de ene kant een enorme verantwoordelijkheid, maar dat betekent ook de kans om ontzettend wezenlijke impact te hebben in heel veel gezinnen. En als we ons dat realiseren en we realiseren ons ook hoe noodzakelijk dat is, dan kun je volgens mij niet anders dan constateren dat je als gemeenten geen belangrijkere taak hebt dan te zorgen voor jouw kinderen. En daarmee volgens mij ook een mooiere toekomst voor je stad, voor je gemeente, voor je dorp, heel concreet dichterbij te brengen.’

De eerste duizend dagen van je leven, vanaf het moment van conceptie tot je tweede verjaardag, zijn cruciaal voor je verdere leven. En er zijn enorme verschillen in Nederland in hoe die duizend dagen eruitzien. We hebben gehoord over het belang van de eerste weken van de zwangerschap en over de impact die sociale omstandigheden en armoede hebben op zwangerschap en de ontwikkeling van een kind. Kindersterfte, vroeggeboorte een te laag geboortegewicht op korter termijn, maar bijvoorbeeld een hoger risico op chronische ziekte en minderkansen op langer termijn. Het is gegaan over dat voeding en sociaal netwerk, hechting en aandacht, stimulering en prikkeling onmisbaar zijn. En dus moeten we vol inzetten op die eerste duizend dagen. Samenwerking tussen het medische en sociale domein is daarvoor onmisbaar. De lokale coalities van Kansrijke Start geven hier praktische invulling aan. Belangrijk is dat professionals elkaar leren kennen en elkaar weten te vinden. En daarnaast zijn er tal van activiteiten en programma’s die ouders helpen om hun kinderen in die eerste duizend dagen de best mogelijke start te geven. Juist omdat gemeenten door de decentralisaties zo veel verantwoordelijkheden in één hand hebben, kunnen zij samen met het medische domein en partners is de stad veel betekenen voor zwangere en kinderen. En dat heeft dus een levenslange impact.

Wil je meer weten over Kansrijke Start? Wil je zelf wat delen of wil je reageren? Laat het ons weten via de website van het Programma Sociaal Domein en abonneer je in je podcastapp om op de hoogte te blijven van nieuwe afleveringen. Voor nu, dank voor het luisteren/lezen!