Hoe sociaal kun je zijn?

Hoe sociaal kun je zijn?

Podcast #3 Hoe sociaal kun je zijn?

De zorgpremie gaat weer omhoog.

Ja, jammer!

Het wordt natuurlijk allemaal ingekort.

Vindt u het belangrijk dat de verzekering een beetje flink vergoed?

Natuurlijk ze zouden meer mogen vergoeden.

Meer mogen vergoeden? 

Ja.

Zouden ze alles moeten vergoed?

Vind ik van wel ja.

Vindt u bijvoorbeeld dat de zorgverzekering de huisarts moet vergoeden? 

Ja.

En antibiotica?

Ook.

Kraamzorg?

Ook.

Fysiotherapie?

Zeker.

Psychologische hulp?

Ook.

Kunstgebit?

Ja, als je geen tanden in je mond hebt eet je een beetje slecht.

Dus?

Ja, ook.

Paracetamol?

Ook.

Tandarts?

Jazeker weten.

Steunzolen?

Steunzolen moeten ook vergoed worden.

Zwemles?

Anders gaan we allemaal verdrinken, ja.

Zwemles ook vergoeden?

Ja, waarom niet?

Kunstkaartjes voor Litouwers?

Nou, ja voor de oude een dagje uit.

Vindt u dat u teveel betaald voor de zorgverzekering?

Zeer zeker.

Ik vind het aan de hoge kant ja. Hij mag lager.

Ik vind het wel een beetje duur, ja.

Ja tuurlijk betaal je allemaal teveel.

Dus die premie die kan wel naar beneden?

Van mij wel. 

En de dingen die ze vergoeden kan wel omhoog?

Ja.

Allard Amelink: 

Je hoorde een fragment uit Voxpop waarin Roel Maderink mensen op straat vraagt wat ze vinden van actuele thema’s. Als neutrale luisteraar weet je natuurlijk: ‘Meer zorg voor iedereen en tegelijkertijd minder betalen, dat kan niet.’ Roels vragen gingen weliswaar wel over de zorgverzekeringswet, maar proberen we binnen het gemeente sociaal domein niet vaak hetzelfde? Je wilt de beste zorg en ondersteuning beschikbaar voor alle inwoners die dat nodig hebben en dat voor het hetzelfde budget. Is dat eigenlijk wel mogelijk?

We horen de ervaringen van verschillende gemeente en gaan in op verschillende oplossingsrichtingen. En we kijken wat we kunnen leren van pogingen op landelijk niveau om de zorgkosten in te dammen. In het komend halfuur hoor je Henk Procé van de gemeente Zwolle, Kees Vendrik, hoofdeconoom bij de Triodos bank, Herman Kuipers van de gemeente Amersfoort, Onno de Zwart van het Verwey-Jonker instituut en Maarten van Ooijen, wethouder bij de gemeente Utrecht, en Toke Tom, voormalig directeur sociaal domein bij de gemeente Utrecht. En dat allemaal over de vraag: ‘Hoe sociaal kun je zijn?’

Bij het ingaan van de decentralisatie waren de verwachtingen hooggespannen. Er waren grote ambities die met het nieuwe stelsel gerealiseerd zouden kunnen worden. Zo ook in Zwolle vertelt Henk Procee, directeur sociaal domein, publieksdienstverlening en services.

Henk Procé:

Nou onze belangrijkste ambitie was: ‘Iedereen doet mee.’ Dat hadden we ook letterlijk op onze documenten staan, iedereen doet mee. En termen in zorg meer: ‘Er valt niemand tussen de wal van het schip. En we doen wat nodig is. En we hebben zelfs meegekregen van: ‘Ja, jongens wat alsnog niet helemaal helder is wie dit moet betalen en of er geld voor is. Als er problemen of een vraagstuk voordoet met een inwoner of met iemand in de stad gaan we helpen. En dan zien we later wel wie de rekening betaalt. 

Allard Amelink:

Sociaal en ruimhartig, zo ging Zwolle de decentralisatie in. Dat past ook bij de identiteit van de stad. 

Henk Procé:

Zwolle heeft een enorm sociaalchristelijk traditie. Al van oudsher. Het komt ook bijna niet voor in het politieke vocabulaire om streng te zijn en niet meer te doen dan strikt nodig. Als we hier zeggen van doen wat nodig is, nou dan is het toch altijd in termen van de slager: Liever een onsje meer dan een onsje minder. Wij hebben een maatschappelijke opvang hier waar 55 procent van de mensen echt van ver buiten Zwolle komt, omdat we die voorziening hier goed hebben. Zwolle heeft van de honderdduizend plus gemeente in Nederland ook het hoogste vrijwilligers gehalte. 66 procent van de bewoners van deze stad doen vrijwilligerswerk. Dat is echt ongekend. Dus er zit hier een fijnmazig aandachtig netwerk in deze stad. En dan betekent dat er ook veel gezien wordt en ook veel gezien en erkend wordt. En dat gecombineerd dat je zorgt voor dat wat zorg nodig heeft. Is dat gewoon het DNA van deze stad? 

Allard Amelink: 

En als je zulk soort keuzes maakt dan kost dat misschien wat extra’s, maar Zwolle is bereid om daarvoor de prijs te betalen. 

Henk Procé:

Nou, daar hebben we nog heel overtuigd gezegd: ‘ja, Nou weet je daar hebben we gewoon mee te dealen.’ We vinden dat we ook onze eigen verantwoordelijkheid hebben. Dus als we daar wat geld bij moeten leggen en we vinden dat politiek goed, dan doen we dat ook. En dat is ook gebeurd. Vanaf het begin heeft Zwolle meteen 5 miljoen euro beschikbaar gesteld om in dat sociaal domein te stoppen. 

Allard Amelink: 

Maar de zorgkosten blijven oplopen. Tot op dat punt zelf die 5 miljoen extra niet voldoende is om de zorgkosten te dekken. 

Henk Procé:

Nou ja, en toen werd het februari 2018. En toen kregen we de eerste cijfers over 2017. Die weken af van wat we gedacht hadden wat in november 2017 voorspeld was. Niet zo verschrikkelijk veel, maar toch week het af. 2,5 miljoen euro klinkt wel als heel veel, op een budget van 200 miljoen euro is dat maar één procent. Maar ineens was dat er een soort schok van: ¨Hé, wat gebeurt er?´ We komen zomaar plotseling geld extra tekort. Hebben we het wel in de vingers? Als je echt alles bij elkaar optelt, gaat er hier 270 miljoen euro per jaar om op een begroting van 100 miljoen euro. Dus meer dan de helft.

Allard Amelink:

Meer dan de helft van de gemeente begroting die opgaat aan het sociaal domein. En dat dat bedrag, zo lijkt het oncontroleerbaar blijft groeien. Het is een tendens die wordt herkent door Kees Vendrink, voormalig Tweede Kamerlid, voormalig lid van de Algemene Rekenkamer en nu hoofdeconoom bij de Triodos bank. Hij reflecteert op hoe de zorgkosten zijn gestegen in de afgelopen decennia op alle terreinen van zorg. Zowel aan cure kant als een de care kant. En hoe gepoogd is om daar iets aan te doen, aan die stijging.

Kees Vendrik:

Eigenlijk moet je constateren dat de gezondheidszorg in Nederland dermate populair is en dat het aandeel groeit. Zowel in absolute zin. Van jaar op jaar geven we steeds meer geld uit. Publiek geld in de gezondheidszorg, dat vertaalt zich in hogere premies. Maar ook in relatieve zin, daar zit natuurlijk een bron van zorg in de overheid dat de uitgaven in de gezondheidzorg zowel in de cure als in de care steeds een groter aandeel inneemt van de publieke uitgaven. En dat zag je ook de afgelopen jaren. We hebben een forse crisis achter de rug. Dat heeft ook een enorme impact gehad op de collectieve middelen die we hadden. Voor allerlei uitgaven. En dan zie je ook dat die jaren, ondanks dat dat in de gezondheidszorg soms op de werkvloer anders gevoeld wordt. Dat de uitgaven in de zorg eigenlijk gewoon doorgaan met stijgen. En ook daar steeds een groter aandeel nemen in de publieke sector. En dat krijgt onvermijdelijk zijn weerslag in een rekening die elders wordt neergelegd. Of het nou het onderwijs is, of de politie, of justitie of gemeente. Er is de afgelopen jaren heel hard gesneden, ook en met name in het overheidsapparaat zelf: de departementen, gemeente, provincies. Die moeten dan vervolgens de klap opvangen. En dat is natuurlijk een zorgelijke ontwikkeling. En dat kan natuurlijk niet eindeloos doorgaan, dat we straks om het maar even heel extreem te maken: een overheid hebben die vooral nog bestaat uit uitgaven in de gezondheidszorg. Want de overheid heeft nog wel meer dingen te doen.

Allard Amelink:

Dat de politiek nog andere verantwoordelijkheden heeft dan alleen de zorg, zou iedereen het over eens zijn. Maar daar politieke consequenties aan verbinden, dat blijkt moeilijk.

Kees Vendrik:

De gezondheidszorg kan ook rekenen op heel veel politieke steun. Als daar extra geld naartoe moet om wachtlijsten te voorkomen. Dat waren natuurlijk de grote debatten, zeker in de jaren ´90. Dan komt dat geld er links of rechtsom.

Allard Amelink:

Henk Procé herkent dit ook in Zwolle terug. Als de discussies gaan over de beperkte budgetten en over het vinden van besparingen, dan klinkt vaak de oproep:

Kees Vendrik:

Kunnen we niet gewoon in de uitvoeringspraktijk een paar dingen slimmer doen, zodat onze ondersteuning in zorg nog wel heel goed blijft, maar dat het ons toch minder gaat kosten.

Allard Amelink:

Innovatie is inderdaad één van de vier manieren waarop Zwolle probeert de zorgkosten terug te dringen. Henk schetst het kwadrant dat ze vaak gebruiken.

Henk Procé:

Wij hebben voor onszelf vier manieren van ombuigen en besparen in beeld en die halen we er iedere keer bij. Een kwadrantje, links onderin: je kunt het gewoon aan prijs en uurtarieven gaan schroeven. Dan zet je het betalen minder na. Dan weten we wat er gebeurt. Huishoudelijke hulp. Dan krijg je een race to the bottom. Maar dat is iets waar je naar kunt kijkt. Tweede: linksboven is, je kijkt naar wat is ons voorzieningenniveau? Krijg je een rolstoel met of zonder elektrische hulp motor? Dat soort vragen horen daarbij. Dan rechts, dan zit je meer op de vernieuwing. Dan zit je meer onderin. Kunnen we substitutie doen? En rechts bovenin is innovatie. En dat plaatje halen we er iedere keer bij om helder te krijgen: waar denken en waar willen we dat nu zoeken?

Allard Amelink:

In het kwadrant van de gemeente Zwolle zit linksonder ‘sturen op tarief of prijs’.Zit linksboven ‘sturen op het voorzieningenniveau.’ Hoe ruimhartig ben je in wat je toekent? Rechtsboven zit ‘innovatie’. Dus een slimmere manier van werken. En rechtsonder ‘substitutie’. Een ander soort aanbod bieden wat net zo goed aansluit op de vraag, maar goedkoper is. Op onze website vind je meer informatie over het kwadrant. Politiek gezien zie je wel waar de voorkeur zit.

Henk Procé:

Ja, als je het op de omvang van het arrangement hebt. Krijg je er nu wel op geen elektromotor bij? Dat is meteen de discussie op dat niveau. Formule die gevraagd wordt: Als je het maar slim doet’. Natuurlijk moet dat zeker gebeuren. Maar het is niet de oplossing voor alles en het is zeker niet de oplossing voor de korte termijn. Want innovatie is ook iets wat gewoon tijd en ook geld kost.

Allard Amelink:

Innoveren is dus een vorm van investeren. Tijd en geld. Zeer belangrijk voor de lange termijn, maar wat moet je doen om voor de korte termijn de budgetten binnen de perken te houden? We vragen het Kees Vendrik. Hoe gaat dat met de landelijke zorgakkoorden?

Kees Vendrik:

Als je nou in al die operaties probeert terug te kijken: wat nou gewerkt heeft en wat niet. Dan is daar eigenlijk maar één stap geweest die volgens mij enigszins effect heeft gehad, waardoor een demping op die groei van die zorguitgave is ontstaan. En dat zijn de zorgakkoorden geweest. Die zorgakkoorden zijn een afspraak tussen de minister, de verzekeraars en veldpartijen. Dat kunnen de huisartsen zijn, de medisch specialisten, zorg, ziekenhuis enzovoorts. En daar is in ieder geval een poging gedaan om gezamenlijk de verantwoordelijkheid te vatten. En te zorgen dat er binnen een bepaalde kader gegroeid mag worden. Maar ook niet meer dan dat.

Allard Amelink:

Gezamenlijke budgetverantwoordelijkheid, dat vraagt om een hele andere benadering dan opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap.

Henk Procé:

Ik denk dat er een sturingsfout is gemaakt in al die eerdere operaties dat geld, budgetten, publiek geld wat rond gaat, wat rond spoelt in de gezondheidszorg. Dat was iets van de financieel bestuurders. Dat was iets van verzekeraars. Dat was iets van de schatkistbewaarders in de instellingen. De financiële afdelingen. En voor de rest probeerde je daar zo ver mogelijk van te blijven. Dus daar is in mijn beeld een voortdurende afstand geweest of gebrek aan enige vorm van contact. Tussen wat er in de financiële domeinen en de gezondheidszorg gebeurde. En wat er op de bestuurstafel lag, wat er in de bespreekkamer gebeurde.

En die zorgakkoorden probeerden dat in ieder geval te faciliteren, om daar te komen is dat het beheer van dit publiek geld veel meer een gedeelde verantwoordelijkheid wordt. En dat in de jaren nul, met name rond de operatie marktwerking in de gezondheidszorg. Dat je eigenlijk op basis van een conflictmodel dat budget beheerst. De verzekeraars geven niks uit en de ziekenhuizen willen alles om het maar even plat te zeggen. Het is een operatie van mensen in de financiële kolommen in deze instellingen die met elkaar vechten. Dat dat conflictmodel ook niet werkt, je moet veel meer naar een samenwerkingsmodel. En je moet het inclusief maken. Dat wil zeggen dat de inhoudelijk deskundigen, de zorgverleners zelf ook een deel van die verantwoordelijk nemen en hun expertise ten gelde kunnen maken. Ik denk dat dat de belangrijkste route is in de komende jaren.

Allard Amelink:

Het klinkt hier alleen niet logisch dat aanbieders meewillen. Dat zij akkoord gaan met beperkte groei of geen groei van het budget of misschien zelfs een afname van het budget. Waarom zouden ze daar toe geneigd zijn?

Kees Vendrik:

Er is natuurlijke op verschillende manieren, uiteindelijk ook door de minister ingegrepen met tariefmaatregelen en het terughalen van overschrijdingen in de budgetten. Dat zijn natuurlijk redmiddelen in laatste instantie om binnen hun budget te blijven. En daar worden natuurlijk alle partijen in het veld toch een beetje gek van. Want dat betekent toch vaak dat geld al is uitgegeven, dus er wordt afgeboekt op het budget van komend jaar of het jaar daarop. Het leidt tot allemaal ad hoc beleid, tijdelijke ingrepen. Dat was het beeld vlak na de operatie marktwerking in de gezondheidszorg. En dat is natuurlijk het slechte wat je wilt. Je wilt natuurlijk echt het liefst met zijn allen een bestendige budgettaire lijn die een perspectief geeft van: nou, zo gaan we de komende vijf jaar om met de publieke budgetten. Dat is de groeivoet waar we vanuit gaan. En dat je vooral het gesprek voert met elkaar over de inhoudelijke agenda. Hoe kunnen we bestaand geld doelmatig besteden? En ik denk dat dat voor iedereen veel interessanter is. En dat dat ook recht doet aan, daar ga ik nog steeds vanuit: dat de meeste mensen in de gezondheidszorg niets liever willen dan een hele mooie gezondheidszorg bevorderen en leveren, een professionele attitude hebben, eer van hun werk willen zien. En budgettair paniekvoetbal, daar wordt niemand beter van. Daar moet je uit zien te blijven. En ik denk dat dat ook een belangrijke reden was voor de partijen destijds in 2010 en 2011: wij gaan dit anders doen.

Allard Amelink:

De zorgakkoorden waar Kees over spreekt richten zich op de curatieve zorg, maar de principes die hij noemt zijn ook toepasbaar in het gemeentelijke domein. Het doet bijvoorbeeld denken aan de manier waarop de gemeente Utrecht werkt. Toke Tom, voormalig directeur sociaal domein vertelt over hun werkwijze.

Toke Tom:

Voor alle organisaties, buurtteams en aanbieders van aanvullende zorg werken we met een vast budget, met een budgetplafond. Althans voor onze strategische partners, dat zijn de grotere organisaties. Daarnaast hebben we een acceptatieplicht. Zij moeten dus voor dat budget echt mensen accepteren die bij hen aankloppen. En ze zijn ook verplicht om samen te werken. Ze moeten samenwerkingsafspraken maken. Want het kan natuurlijk zijn dat als je acceptatieplicht hebt dat je vol zit. Het kan gebeuren dat je binnen je budget echt niemand meer kan helpen. Dan moet je zo snel mogelijk zorgen dat een andere organisatie die hulp levert. Dat doe je in overleg met het buurtteam en je meldt het ook bij ons als gemeente van: ik zie aankomen dat ik zo dadelijk vol ben.

Allard Amelink:

Toch kwamen ook in Utrecht vorig jaar signalen over dat de budgetten niet toereikend zouden zijn.

Toke Tom:

Toen kregen wij in februari al door van alle organisaties van: ´Ik heb in November zeker al een wachtlijst.´ Om ons eigenlijk alvast te waarschuwen. Dat hadden wij hen wel gevraagd, maar afhankelijk gebeurde dat niet. Ze gingen ons waarschuwen al in februari. Waarop wij hen al heel snel bij elkaar geroepen hebben en gezegd: Ja, maar dat is niet de bedoeling. We hebben net gehercontracteerd. We moeten het met elkaar doen met deze middelen en afspraken tot samenwerkingen. En toen we daar echt goed op doorpraten waren er een aantal aanbieders die zelf zeiden: Ja, maar dat is heel moeilijk samenwerken, want wij kennen elkaar niet, wij vinden iets van elkaar. En wij zouden eigenlijk moeten nadenken om ook de specialistische zorg gebiedsgericht te maken. Want dan kennen onze professionals ook echt de buurtteams, wij gaan elkaar leren kennen. En dat was eigenlijk een prachtig moment waarop we ook in gesprek gegaan zijn met die aanvullende zorgaanbieders om te kijken zou je niet beter gebiedsgericht gaan werken, zodat werkers elkaar allemaal kennen en echt tot maatwerkoplossingen kunnen komen voor ouders en kinderen.

Allard Amelink:

Het gaat dus nadrukkelijk niet alleen om het strak sturen van budgetplafonds. Het gaat om de combinatie van opdrachtgeverschap en partnerschap. De gemeente en de aanbieders pakken samen de verantwoordelijkheid op om de transformatie te realiseren binnen de schaarse middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Maarten Van Oijen, wethouder maatschappelijk ondersteuning en welzijn in Utrecht geeft aan wat het belang van de aanbieders daarin is.

Maarten van Oijen:

Als aanbieders één ding willen is het financiële continuïteit voor het liefst een langere periode. Want dat geeft de mogelijkheid om stappen te zetten, dat geeft de mogelijkheid om je bedrijfsvoering op orde te brengen. Het geeft de mogelijkheid om je personeel een beetje standvastigheid en zekerheid te geven. Dat willen aanbieders. Dan moet je zo ook uitleggen wanneer jij hen dat kan bieden. Wij gaan nu, hebben we de afgelopen tijd gedaan, contracten aanbieden voor negen jaar. Er zijn gemeente die vallen echt van hun stoel als ze dat horen. Maar wij gaan echt die negen jaar niet zeggen: die negen jaar een beetje stilstand. Nee, die negen jaar geeft juist nu de ruimte om te ontwikkelen, om te innoveren, om een keer een proef te kunnen starten. Omdat ze niet volgend jaar in één keer denken: ach, volgend jaar krijgen we het hele aanbestedingscircus en voor je het weet zijn we weg.

Allard Amelink:

We hebben tot nu toe twee oplossingsrichtingen gezien. Allereerst innovatie, slimmer gaan werken. Maar dan met als kanttekening dat dat tijd en geld kost. Het tweede wat we hebben gehoord is budgetplafond en budgetafspraken. Kees Vendrik vertelde hierover als de gemeente Utrecht. En in beide gevallen gingen dat sturen in budget en innovatie hand in hand. Juist door de zekerheid die de opdrachtgever bood aan de aanbieders ontstond er ook ruimte voor innovatie en tegelijkertijd committeerden de aanbieders zich aan het budgetplafond. Maar toch zijn deze twee componenten alleen niet voldoende. Door de stijgende zorgvraag en dan onder meer door de vergrijzing moeten we ook echt op een andere manier de zorg inrichten. Herman Kuipers, manager samenleven van de gemeente Amersfoort verteldtdat er wel echt een mind shift nodig is. We moeten het volledige verhaal van de decentralisatie vertellen.

Herman Kuipers:

Ik denk ook dat veel inwoners van Amersfoort dat die gewoon verwachten dat als ze een zorgvraag hebben dat de overheid dat geeft. En wij hebben ook beloofd nabij te zijn met de wijkteams, maar ook met de ambtelijke organisatie. Maar één van onze leidende principes is ook zelfredzaamheid voorop. En dat betekent dus ook dat we wat van de inwoners verwachten en dat is een moeilijk gesprek wat te weinig gevoerd is de afgelopen jaren. En dat heeft te maken met de ambtelijke organisatie. Maar het bestuur en de raad moeten ook het gesprek met de inwoners van de stad horen. En dat is iets wat we nu en de komende jaren gaan doen en ik ben heel benieuwd wat dat oplevert, want het is natuurlijk niet het makkelijke gesprek. Het is niet alleen ophalen, maar ook teruggeven. Want wij vinden het niet normaal dat ouders met opvoedproblemen altijd individuele ondersteuning krijgen. Maar misschien moet dat ook soms collectief worden opgepakt of moet in de privésfeer het probleem worden opgepakt. Dat is de spannende discussie voor de komende tijd.

Allard Amelink:

Eigen kracht en zelfredzaamheid hebben dus wel altijd bij de decentralisaties gehoord. Het werd altijd al benoemd. Maar waarom kwam het gesprek dan toch zo moeilijk op gang?

Herman Kuipers:

Ja, omdat het een lastig gesprek was denk ik. En het is lastig ook voor politici om te verkondigen: je krijgt iets niet. En dat stellen mensen, ook heel vanzelfsprekend ,ook makkelijk uit. Maar nu is wel de periode gekomen om dat te gaan doen.

Allard Amelink:

We moeten het volledige verhaal van de decentralisaties vertellen en we moeten vervolgens de daarbij passende keuzes maken. Het budget is niet ongelimiteerd en dus moet je wel prioriteiten stellen. Onno de Zwart, voormalig directeur welzijn, zorg en jeugdhulp van de gemeente Rotterdam onderschrijft dit punt volledig.

De Zwart:

Ja, ik denk dat de vraag: ‘welke prioriteit kan je en durf je te stellen’ best een ingewikkelde is. Als ik nu kijk: de huishoudelijke verzorging is in Nederland toegankelijk voor iedereen, ongeacht inkomen. De invoering van de abonnementstarief door het Rijk heeft ertoe geleid dat het nog toegankelijker geworden is: 17,50 euro is de maximale eigen bijdrage per maand. En dan is heel erg de vraag: mag je de vraag stellen: waarom zou iemand die zijn hele leven zelf een werkster heeft betaald – volgens mij kent iedereen ze in zijn eigen omgeving, of zelfs ouders of vrienden – waarom zou op hun zeventigste, ongeacht inkomen, opeens die rol naar de overheid moeten gaan?´ Is dat sociaal? Of is het socialer om te zeggen: nee, we vinden dat dat alleen geldt voor mensen waar de beperking groot is, die misschien geen inkomen hebben. En als je in Kralingen woont, of waar dan ook in de stad ,en je hebt een goed inkomen en hebt dat je hele leven gedaan, dan kan je dat ook gewoon prima doen tot in een latere fase van je leven. En dat gaat niet om een soort inkomenspolitiek, maar wel om dat soort discussies te voeren. En die zijn lastig.

Allard Amelink:

Maar hoe lastig ook, die keuzes moeten gemaakt worden.

De Zwart:

Hoe voorkom je dat we alles voor iedereen willen blijven doen en daarmee uiteindelijk het voor iedereen minder wordt? En dus de mensen die het het meest nodig hebben of de minste mogelijkheden hebben om het zelf te regelen uiteindelijk met het minste overblijven. Want als je wel mogelijkheden hebt kan je aanvullend het nog zelf doen.

Allard Amelink:

Maak je die keuzes dus niet dan leidt dat tot verschralingen over de hele breedte. En het zijn juist de meest kwetsbare groepen die daar het meest onder leiden. Maar het moeilijke bij het maken van deze keuzes is dat het sociaal domein zo tastbaar is en iedereen er wel een persoonlijke band mee heeft. Dat belemmert het scherpe gesprek daarover, zegt Henk Procé.

Henk Procé:

Iedereen heeft in zijn eigen omgeving wel mensen die zorg nodig hebben, die een handicap hebben, die een psychisch probleem hebben. En er zijn ook raadsleden die dat gewoon in eigen kring en eigen gezin hebben. En het sociaal domein roept altijd oedereen op dat je het relateert aan dat wat je ziet in je directe omgeving. En dat maakt het tegelijkertijd heel ingewikkeld om het goede politieke debat te krijgen. Omdat je over zorg en ondersteuning niet kunt beslissen vanuit het individu, vanuit de individuele casus. De individuele casus is altijd uniek. Je hebt ook met elkaar afwegingen te maken, zoals je dat ook hebt op alle andere politieke terreinen. Alleen omdat die hier zo dichtbij komt, is de neiging heel groot om dat individu centraal te stellen. Nou ja, zie het hele verhaal van Hugo [de Jonge] en de verpleeghuizen. Tegelijkertijd zijn dat hele krachtige beelden. Dus als er bij een individu iets heel erg mis gaat, dan heeft vele malen meer kracht dan één of ander goed overdacht beleidsverhaal wat wij houden.

Allard Amelink:

Hoe ga je dat gesprek op een goede manier aan? Voor wie doe je wel wat en waar zeg je: nu doen we een beroep op je eigen kracht? In de peerreviews, bijeenkomsten waarbij je verschillende gemeenten met elkaar hun uitdagingen bespreken, vertelde Zwolle dat, zoals Henk Procé al eerder ei, een sociale gemeente is. En toen kreeg Zwolle de wedervraag: heb je in Zwolle nu wel gedefinieerd: wat vind je nou sociaal en wat vind je nou het niveau waarop je inwoners wilt ondersteunen? Het mooie is dat het tot in de gemeente ook gezegd wordt: ja, dat is belangrijk dat we daar wat van vinden. En tegelijkertijd is dat ook wel ingewikkeld. Want wat is je referentiekader? Waar zet je het tegen af?

Allard Amelink:

Daarbij is het nuttig om te kijken wat andere gemeenten doen.

Henk Procé:

Zien wij uit in Waar staat je gemeente. Dat bijvoorbeeld Zwolle per inwoner echt wel flink uitgeeft op het onderwerp Wmo, voorzieningen en hulpverlening. Daar staan we gewoon hoger dan veel andere gemeente in Nederland. Honderdduizend plus. Dus dat hebben we ook gemeld. En dat hebben we ook weer uit die peer review gehaald. Als het vergelijkt met Almere en Zoetermeer en ook nog wel met Amersfoort dan staan wij nog steeds hoog. We willen eerst in beeld brengen hoe het gaat in Almere en in Zoetermeer en in Amersfoort. Dus dat gaan we ook doen. Het vervolg op de peer reviews. We hebben het met Almere al gedaan, een verdieping. Want het toch wel heel ingewikkeld voor de politiek om iets te vinden voor sociaal als je niet het referentiekader hebt.

Maar ja, dan komen we ook wel een beetje terug op de menselijk eigenschap. De vergelijking met de ander is vaak veel maatgevender dan wat je zelf denkt of zou willen vinden. Dus dat gaan we doen. En de praktijk leert ook dat als we dan met concrete voorstellen komen die echt iets doen met het niveau van ondersteuning aan onze inwoner. En dat dat politiek dan toch eigenlijk niet gewild is.

Meer zorg voor iedereen en tegelijkertijd minder betalen. Zo begonnen we deze podcast met de straatinterviews van Roel Maalderink. Er is nu eenmaal een gelimiteerde geldhoeveelheid die je kunt uitgeven aan zorg. Alles doen voor iedereen leidt tot verschraling over de hele breedte. En daar zijn de meest kwetsbare groepen de dupe van. Kortom, je moet keuzes maken omdat je een beperkt budget hebt. Wat kun je doen? Je kunt sowieso inzetten op innovatie, zodat je slimmer gaat werken en de kosten kan terugbrengen. En Daarnaast is er een soort collectief verantwoordelijkheid gevoel nodig voor het budget. Zowel tussen aanbieders en opdrachtgevers. Als ook tussen de overheid, de politiek en de samenleving.

Dus moeten we ons de vraag stellen: hoeveel budget willen we uitgeven en wat is sociaal? Dat is een moeilijk gesprek hoorden we al terug in deze podcast, maar wel een fundamenteel gesprek. Want alles doen voor iedereen leidt tot of oneindige zorgkosten of tot verschraling. Op welke manier ben jij bezig met dit vraagstuk? Hoe stuur jij op budgetten? En wat kunnen we leren van wellicht andere sectoren? Laat het ons weten via onze website. We zijn zeer benieuwd naar je verhaal. Dus doe graag mee met onze zoektocht. Nu dank voor het luisteren.