7 maart 2018

‘Goed dat Rijk en gemeenten samen gaan ontwikkelen’

De eerste stap naar een inclusieve samenleving is met Programma Sociaal Domein gezet. Daarover spreken we Albert Jan Kruiter, actieonderzoeker bij het Instituut voor Publieke Waarden. Wat is volgens hem belangrijk voor een goede samenwerking tussen het Rijk en gemeenten?

‘Het is goed dat gemeenten en het Rijk samen gaan ontwikkelen. Dat is minder vanzelfsprekend dan dat het is. Departementen keken onder het mom van ‘we hebben gedecentraliseerd’ veel naar gemeenten. Gemeenten wezen veel naar het Rijk als ze weeffouten ontdekten. Dat leidde soms tot een noodlottige omhelzing die dit programma kan doorbreken. Samen ontwikkelen. Wat lokaal kan, lokaal doen. Wat centraal moet, centraal doen.’

‘Daarnaast is het blijvend belangrijk om de praktijk, en daarmee doel ik op de ervaringen die burgers en professionals dagelijks opdoen, centraal te stellen. De veranderingen in het sociale domein zijn zo heftig, dat ze niet planmatig, of beleidsmatig te voorspellen of te beheersen zijn. Maar dat is wel waar gemeenten en het Rijk de afgelopen decennia aan gewend zijn geraakt. Plannen bedenken aan bureaus, en professionals die het moeten realiseren. Dit programma getuigd van het besef dat de verzorgingsstaat van de toekomst, de inclusieve stad, lokaal moet ontstaan. En dat kan alleen door er in de praktijk vorm aan te geven. Dat betekent dat gemeenten naast excellente uitvoerders vooral ook effectieve ontwikkelorganisaties moeten zijn. En dat laatste moeten ze leren. Het Rijk kan aan die ontwikkeling bijdragen door de ontkokering die op de werkvloer ontstaat, na te leven. Wonen, zorg en inkomen zijn in Den Haag nog steeds bij verschillende departementen georganiseerd. Terwijl menig wijkteamlid zorg-, woon- en inkomensproblematiek achter één voordeur aantreft’

‘Een voorbeeld: een hulpverlener werkt bij een gezin. Het jongetje heeft passend onderwijs nodig, dat valt onder het ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De moeder heeft schulden en heeft te maken met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De vader heeft een uitkering en heeft ook met SZW te maken, echter valt de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) weer onder een ander ministerie, namelijk Binnenlandse Zaken (BZ). Slechts de hulpverlener heeft het totaalplaatje van de situatie.’

‘Het is een permanente uitdaging om eenvoudig maatwerk te leveren en vooral: om daarvan te leren. Steden worden daar steeds beter in. Ik zie dat de morele argumenten tegen maatwerk verdwijnen (precedentwerking! Maar wat als iedereen dit wil?) en dat technische argumenten opkomen (maar hoe moet dat dan?). En dat is een goede zaak. Want technische problemen kunnen we met een lerende uitvoeringspraktijk oplossen.  Daar sorteert dit programma op voor.’

‘Maar hoe moet dat, een inclusieve samenleving? Verschillende steden gaan daar verschillend mee om. De waarheid is: we weten het niet precies. Dat moeten we gaan ontdekken. Door veel uit te proberen en te onderzoeken. En daar snel van te leren. En die lessen te delen. Daar moet nog veel voor georganiseerd worden. Deels vinden gemeenten hetzelfde wiel uit. Deels variëren ze zinvol. Wat belangrijk is, is dat de missie van een inclusieve samenleving wordt verbonden met de backbone van de bureaucratie: inkoop, toezicht, facturatie, datasystemen, en controle. Dat is op dit moment de grootste remmende factor. Voor een inclusieve stad hebben we nieuwe datasystemen nodig, nieuwe financieringsmodellen, nieuwe manieren van verantwoorden en meer innovatievermogen. Ik hoop dat dit programma daar ook voldoende aandacht aan schenkt’

‘Rijk en gemeenten formuleren hier samen maatschappelijk opgaven en de wil om te ontwikkelen. Ik hoop dat er een duurzaam model bereikt wordt met een inclusieve samenleving als resultaat.’

Welke tips geef je voor een succesvol Programma Sociaal Domein?

  • Het belangrijkste is dat er een onderzoekende houding aangehouden blijft worden. Blijf continu kijken, leren en ontwikkelen.
  • Leer niet alleen van jezelf, maar ook van elkaar. Dus als Rijk van gemeenten en van gemeenten van de uitvoerders in de praktijk.
  • Zet die uitvoeringspraktijk centraal. Besluit en sluit aan op basis van concrete praktijkvoorbeelden. Vertrek vanuit die uitvoeringspraktijk, bottom-up.
  • Blijf eenvoudige oplossingen als heilige graal zien. En uitvoerders weten vaak wat die eenvoudige oplossingen zijn.