Erik Dannenberg

6 december 2017

Erik Dannenberg: ‘Maak soep van een participatie-peentje, Wmo-tomaat, Jeugdwet-wortel en passend onderwijs-ui’

De decentralisaties zijn een feit. De gemeenten hebben het beleid in het sociaal domein overgepakt vanuit het Rijk, Provincies en Zorgverzekeraars. Erik Dannenberg, lid van de programmaraad van het programma sociaal domein, deelt zijn visie op het programma. Zijn advies? Focus op de professional en niet alleen op stelselvraagstukken. 

‘Nu de grote transformatie op gang komt, komen we de vraagstukken tegen waarvoor dit programma is opgesteld. Als je rond dit gezin één plan bouwt dat alle aspecten meeneemt van wonen tot schulden, zorg en ondersteuning, lukt en kan dat dan ook? Kunnen we uit die verschillende portefeuilles daar samen geld inschuiven? Het programma sociaal domein is een programma om die transformatie in de uitvoeringspraktijk te ondersteunen. Het maakt door verschillende trajecten zichtbaar waar het nou écht schuurt in de stelsels en waar ruimte ligt om domein-overstijgende ondersteuning te bieden.

Waar we alert op moeten blijven, is het perspectief van Werk & Inkomen. Werk is een heel belangrijke factor voor gezondheid. Werken en zelf geld verdienen zijn goed voor je eigenwaarde. Je doet mee met de maatschappij en dat heeft een positief effect op veel aspecten van je leven. Daarom vind ik dat we moeten inzetten op arbeidsmarktdeelname voor mensen met lichtere zorgvragen. In dagbesteding worden mensen geappelleerd op wat ze niet kunnen en zijn ze voornamelijk patiënt of cliënt. We willen mensen weer primair benaderen als een burger met talenten, en niet als een cliënt met een zorgvraag.

Het voordeel van dit programma is dat je samen naar oplossingen gaat zoeken. Je gaat mét elkaar aan tafel zitten om naar een casus te kijken, in plaats van tegenover elkaar. Vanuit het Rijk krijgen gemeenten allerlei ingrediënten in het kader van de verschillende wetten: een participatie-peentje, Wmo-tomaat, Jeugdwet-wortel en een passend onderwijs-ui. Maar sommige inwoners hebben nou eenmaal een complex product nodig. Dan maken we er een goede soep van. Het is uiteindelijk de burger of de gemeenteraad die zegt: het smaakte goed, of het smaakte nergens naar. Als je echt integraal werkt, kan je niet meer aan de afzonderlijke ministeries verantwoorden waar de tomaat, de ui en de wortel zijn gebleven. Het gaat om het resultaat.’

3 tips van Erik voor een succesvol programma sociaal domein:

  • Kijk over de grens. Wat is er in het buitenland bedacht voor de vragen waar wij mee zitten? In België zitten verschillende taken zoals inburgering, uitkering en zorg bijvoorbeeld in één formule – één dossier per persoon. Ik was daarvan diep onder de indruk.
  • Focus op de professional en niet alleen op stelselvraagstukken. Het is de professional die uiteindelijk bekwaam genoeg moet zijn om afwegingen te maken: er is regelgeving, maar in deze situatie doe ik het toch zó. Waar moet die professional aan voldoen? Vanuit welke deugden is hij werkzaam?
  • Onderzoek de structuren. Gemeenten experimenteren met allerlei types wijkteams. Wat zijn nou de werkzame bestanddelen? Welke structuur past het beste bij het inhoudelijke doel? Zonder te focussen op één model is het goed om hier meer inzicht in te hebben.

Erik Dannenberg is een van de leden van de programmaraad van het programma sociaal domein. Hij is o.a. voorzitter van Divosa, de vereniging voor gemeentelijke leidinggevenden in het sociaal domein. Hij adviseert zorgorganisaties, gemeenten, onderwijs(koepel)organisaties en woningcorporaties bij transformatievraagstukken die het gevolg zijn van de stelselherzieningen.