Sanne en Veerle aan de slag voor het Programma Sociaal Domein

Sinds 1 juli zijn Sanne van Eerden en Veerle van de Winckel programmaleider en programmasecretaris van het Programma Sociaal Domein. Daarin werken Rijk en gemeenten samen met professionals aan betere hulp voor (kwetsbare) mensen. Drie vragen aan Sanne en Veerle.

15 oktober 2018

Samen leren, struikelen en bouwen’

Sanne van Eerden, programmaleider

Wat is jouw achtergrond?

Mijn loopbaan startte ik als psycholoog en criminoloog in het justitiële veld. Daarna volgde de stap naar het ministerie van JenV, destijds nog ‘Justitie’. Bij het ministerie van VWS werkte ik vervolgens als projectleider decentralisatie jeugd aan de Jeugdwet en de veranderende samenwerking tussen Rijk en gemeenten. De afgelopen jaren richtte ik mij vooral op het verbeteren van de samenwerking tussen organisaties om kwetsbare mensen eerder en beter te helpen. Denk aan zorgverzekeraars, zorgaanbieders, Rijk en gemeenten. Hoe complexer de problematiek, hoe complexer die samenwerking. Als programmaleider van het Programma Sociaal Domein komen deze ervaringen goed van pas.

Hoe zie je het programma en wat is je rol?

Het is uniek dat het Rijk en gemeenten de handen inéén hebben geslagen om vanuit de lokale praktijk te ontdekken hoe zij de meest taaie knelpunten in het sociaal domein kunnen oplossen. Ik ben dan ook blij dat het Programma Sociaal Domein er is. Om mensen  goed te helpen is deze nieuwe manier van samenwerken noodzakelijk: samen leren, soms samen struikelen en samen bouwen!  Uitgangspunt is dat ‘het systeem’ en ‘de organisaties’ dienend in plaats van leidend zijn. Dat gaat niet van vandaag op morgen. Ik hoop dat er energie blijft om hier samen voor te gaan. Als programmaleider gooi ik er in elk geval een flinke dosis energie in, in de hoop dat inzichten vanuit het Programma Sociaal Domein breed meerwaarde hebben.

Wanneer ben je trots als programmaleider?

Hoe mooi is het als er op grote schaal geprofiteerd wordt van doorbraken die in het Programma Sociaal Domein gevonden worden? Dat er straks vele mensen uit de bijstand aan het werk zijn in verpleeghuizen. Dat belemmeringen rond gegevensuitwisseling zijn opgelost, waardoor makkelijker integrale hulp geboden kan worden én de privacy van mensen goed gewaarborgd is. Dat schulden minder vaak de reden zijn dat mensen op allerlei vlakken in de problemen komen, zeker bij schulden bij verschillende overheidsinstanties! Dit zie ik als een grote uitdaging, waar ik mij graag voor inzet.

Tekst gaat verder onder afbeelding.

Veerle van de Winckel (links) en Sanne van Eerden.

 

'Het is uniek dat het Rijk en gemeenten samen vanuit de lokale praktijk ontdekken hoe zij knelpunten in de hulp aan mensen kunnen oplossen.'

‘Leren is meer dan kennisdelen’

Veerle van de Winckel, programmasecretaris

Wat is jouw achtergrond?

Ik startte mijn loopbaan bij het ministerie van BZK rond thema’s als administratieve lasten en ambtelijk vakmanschap. De afgelopen jaren heb ik Den Haag verruild voor de lokale uitvoeringspraktijk en was ik als adviseur betrokken bij complexe vraagstukken in het sociaal domein. Zo was ik betrokken bij de inzet van GGZ in de wijk en de samenwerking met onderwijs, jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg. Ook meer randvoorwaardelijke thema’s zoals sturing en opdrachtgeverschap was een van mijn aandachtsgebieden. Hoe werk je als gemeente slim samen met partners? Het is leuk om als projectsecretaris ook weer af en toe in Den Haag te komen.

Hoe zie je het programma en wat is je rol?

Als bestuurskundige kijk ik naar wat een gewenste beweging betekent voor hoe mensen samenwerken en hoe ze zich gedragen en organiseren. Met die bril kijk ik ook naar het Programma Sociaal Domein. De lerende praktijk van de grond krijgen, is een van de uitdagingen van het programma. Dat betekent dat we op zoek gaan naar slimme manieren om anderen te laten profiteren van wat we samen leren en te zorgen dat Rijk en gemeenten ook samen leren. Veel van wat er geleerd wordt, gaat over hoe we samenwerken en dingen aanpakken. Tegelijkertijd is er ook behoefte aan concrete en merkbare resultaten voor mensen. Dat is een terechte vraag. Het is soms nog zoeken hoe we resultaten tastbaar maken. Daar hebben de trajecten een rol in en daarbij willen wij graag ondersteunen.

Wanneer ben je trots als programmasecretaris?

Ik heb veel contact met de trajecten. Het is inspirerend om te zien wat er binnen onze trajecten al gebeurt en hoe gemeenten en partners samen leren. Van casuïstiek, in leertrajecten en door in de praktijk te experimenteren. Leren is meer dan kennis delen alleen. Oplossingen die op één plek werken, zijn niet per definitief te kopiëren naar een andere plek. Het gaat er dus om de werkende bestandsdelen uit de trajecten te ‘destilleren’, zodat anderen die kunnen toepassen in hun eigen context. Hoe we dat op een goede en effectieve manier doen, zie ik komend jaar als mijn uitdaging. Als dat lukt, dan ben ik trots!

Meer weten? Stuur een mail aan info@programmasociaaldomein.nl

Volg ons ook op Twitter en LinkedIn!

 

'De lerende praktijk van de grond krijgen, is een van de uitdagingen van het programma.'