Niemand de deur uit zonder een oplossing

Hoe bied je passende hulp aan jongeren zodat ze terug naar school of aan het werk kunnen? Daaraan werken de gemeenten Enschede en Apeldoorn over organisatiegrenzen en wet- en regelgeving heen. Dat doen zij vanuit het Programma Sociaal Domein, een initiatief van Rijk en gemeenten. Wat zijn de eerste inzichten? Een gesprek met Ypkje Grimm, senior adviseur aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt bij de gemeente Enschede.

5 november 2018

Afronden van school of een goede start op de arbeidsmarkt is niet voor alle jongeren vanzelfsprekend. Ongeveer 155.000 jongeren gaan niet naar school en werken niet. En zo’n 187.500 jongeren hebben een vorm van jeugdhulp, jeugdreclassering of jeugdbescherming (gehad).

Deze jongeren vallen regelmatig tussen wal en schip.De schotten tussen wetten als de Participatie- en Jeugdwet sluiten niet altijd aan op de leefwereld van jongeren. De gemeenten Enschede en Apeldoorn zoeken samen met de ministeries van OC&W en SZW vanuit het traject ‘Samen slim slagvaardig kansen creëren voor jongeren’ van het Programma Sociaal Domein naar praktische oplossingen voor deze problematiek.

Hoe zijn jullie aan de slag in het traject ‘Samen slim slagvaardig kansen creëren voor jongeren’?

Ypkje Grimm: ‘We zoeken met jongeren en betrokken organisatienaar praktische oplossingen voor complexe casussen van jongeren. Daarbij kijken we over organisatiegrenzen en wet- en regelgeving heen. We willen ervaren wat echt nodig is om oplossingen op maat te bieden. Dit valt niet altijd mee. Schuldhulpverlening, werk & inkomen, jeugdzorg en jeugdreclassering: jongeren en hun casusregisseurs  lopen vaak tegen schotten aan in de hulpverlening door wet- en regelgeving.’

Wat doen jullie als een jongere tegen deze ‘schotten’ aanloopt?

‘Daarvoor hebben we een soort escalatieladder in het leven geroepen. Als een casus dreigt vast te lopen, gaan we met de betrokken gemeentelijke en lokale organisaties om tafel. Dat is een ‘eerste hulp-schil’ om de casusregisseur verder te helpen. Ons motto: ‘Niemand de deur uit zonder een oplossing’. Casusregisseurs weten waar ze naartoe kunnen escaleren als ze er niet uitkomen. Jongeren zijn ook vertegenwoordigd aan deze tafels. Als ervaringsdeskundigen adviseren zij ons over de oplossingen. Het zijn dus niet de jongeren zelf. De huidige casusregisseur houdt de regie, maar wordt in staat gesteld om op te schalen.

Als het lokaal niet lukt, roepen we ook bovenlokaalhulp in – afhankelijk van wat nodig is. We komen dan met een grotere groep betrokken professionals bij elkaar met hun direct leidinggevenden en onze directeur, evenals ervaringsdeskundige jongeren. Dat noemen we ‘de escalatietafel’.’

Welke casussen komen ter sprake aan deze tafels?

De casussen komen op verschillende manieren binnen via diverse multidisciplinaire casusoverleggen: het actieteam voortijdig schoolverlaten, organisaties voor dagbesteding, het regieteam Statushouders en de wijkteams. We hebben deze collega’s gevraagd naar casussen waarvoor ze in de huidige manier van werken moeilijk een passende oplossing kunnen vinden.’

Wat valt op aan de casussen tot nu toe?

‘We zien dat de casussen steeds verder verbreden. Het is niet meer alleen werk & inkomen en zorg & ondersteuning, maar ook bijvoorbeeld wonen en reclassering. Dat maakt het oplossen van casussen lastiger, maak ook waardevoller. We kunnen echt iets voor deze jongeren betekenen. Daarnaast zien we dat in de overdracht naar een andere organisatie vaak kostbare tijd verloren gaat. Deze jongeren zijn vaak beschadigd en hebben al weinig vertrouwen in hulpverlening. We mogen ze niet kwijtraken.’

Kun je daar een voorbeeld van geven?

‘Een casusregisseur van een wijkteam kan een jongere met complexe problemen  doorverwijzen naar de zogenaamde tweedelijnshulp, naar meer specialistische ondersteuning. Maar wat als de jongere het vertrouwen kwijt is en geen motivatie toont? Dan komt het voor dat zo’n organisatie een jongere terugstuurt met de mededeling: “De jongere werkt niet mee, we kunnen er niets mee”. Een wijkcoach wil de jongere dan niet loslaten, maar vindt ook geen passende ondersteuning meer. Funest voor het vertrouwen van jongeren in hulpverleners, dat vaak toch al broos is. Maar ook funest voor de wijkcoach zelf, die zich ook in de steek gelaten voelt. Casusregisseurs moeten weten naar wie ze dan kunnen opschalen en organisaties voor specialistische ondersteuning moeten hun afspraken nakomen.’

Wat voor afspraken bedoel je dan?

‘Onlangs was ik in Noorwegen. Daar zoeken jeugdwerkers soms wel acht maanden lang contact met jongeren die zijn uitgevallen op school of geen werk hebben. Dat werkt. Zoals een jongere treffend zei: ‘Na acht maanden voelde ik me wel een beetje belangrijk’. De deuren gingen open. Vertrouwen is de basis. Ik realiseer me dat de caseload van casusregisseurs hier veel groter is. Wat we in ieder geval niet moeten doen, is jongeren als estafettestokjes aan elkaar doorgeven. Daar is eigenaarschap voor nodig en ruimte voor zelfsturing.’

Hoe werken jullie in de escalatietafels aan hulp ‘zonder schotten’?

‘Het is goed om te zien dat we bij sommige casussen echt het verschil kunnen maken. Zo kwamen we bij Marion met meerdere partijen samen tot een oplossing. Marion (niet haar echte naam, red.) heeft schulden en geen startkwalificatie. Zij staat onder bewindvoering en heeft een bijstandsuitkering. De oplossing die we aan de lokale tafel vonden: de gemeente scheldt haar schuld kwijt als zij een studie afrondt. Een win-win.’

Waarom is dat een win-win?

‘Zonder deze afspraak zit Marion waarschijnlijk nog drie jaar in de uitkering om haar schulden af te kunnen betalen. Zij heeft echter meer kansen op duurzame zelfredzaamheid als zij een studie afrondt. Een studie heeft mogelijk ook een positief effect op haar psychische gesteldheid. Daarmee bespaart de gemeente op de uitkeringskosten en kosten voor zorgaanbieders. Dat vraagt wel van de gemeente dat ze kijkt naar het grotere plaatje.’

Is dat dan een uitdaging?

‘Ik weet dat de uitvoering van dit soort uitzonderingen weerbarstig is. Het kwijtschelden van schulden drukt ergens op de begroting. Gemeentelijke afdelingen worden separaat op budgetoverschrijdingen afgerekend. Ook kost het tijd om uitzonderingen te organiseren. Kortom, ik realiseer me dat de oplossingen die we vinden niet altijd gemakkelijk uitvoerbaar zijn. Tegelijk ben ik trots dat we komen tot doorbraken, waarbij we de motivatie en de kracht van een jongere als leidraad nemen. En dus niet de betrokken organisaties en wet- en regelgeving.’

'Neem de motivatie van een jongere als leidraad.’

Zijn er ook casussen die lastiger verlopen?

‘Ja, maar ook daar leren we van. Zo kwam een ex-gedetineerde, Daniël (niet zijn echte naam, red.), zonder startkwalificatie bij ons in beeld. Hij had twee jaar vast gezeten en was alles kwijt. Ook had hij geen vaste verblijfplaats, waardoor hij geen uitkering kon aanvragen. De consulent werk & inkomen van de gemeente Enschede bracht Daniël in aan de escalatietafel. Daniël had op eigen kracht een stageplek bij een herenkapper gevonden. Dat vonden wij een enorme kans. We hebben vervolgens geprobeerd om deze stageplek te laten gelden als officiële stageplek, waarmee Daniël een diploma kon behalen. Helaas bleek de herenkapsalon geen erkend leerbedrijf en liepen we tegen een muur op. Op meer momenten in de hulpverlening ging het vervolgens mis.’

Wat ging er precies mis?

‘Daniël stond onder verplicht toezicht van de reclassering, maar dat ging pas vijf maanden nadat hij vrijkwam van start. Op dat moment nam de reclasseringswerker de regie van de gemeente over, omdat er eerst huisvesting geregeld moest worden. Helaas kwam hij in de tijd weer met justitie in aanraking door een incident met agressie. Dat trokken wij ons aan. Wie heeft de regie: de gemeente of de reclassering? En hoe kan het dat de reclassering zo laat in beeld komt? Zij weten toch wanneer iemand vrijkomt? De samenwerking tussen justitie en veiligheid en de gemeente schoot tekort.’

Wat hadden jullie anders kunnen of moeten doen?

‘Leerpunt is dat Daniël te weinig ondersteund is vanuit zijn drijfveren. Namelijk: aan het werk gaan als stagiair bij een kapper. We legden hem steeds uit hoe het systeem werkt. Dat hij geen uitkering krijgt als hij geen vaste woonplek heeft. Dat hij geen stage kan lopen bij een niet erkend leerbedrijf. Waarom hebben we zijn positieve insteek niet als leidraad genomen in de dienstverlening? Als ik terugkijk: de samenwerking tussen de gemeente en de reclassering kon in deze casus beter. We kregen als gemeente het idee dat het contact werd overgenomen.’

Zijn dat ook de belangrijkste inzichten van jullie traject tot nu toe: meer casusregie en meer aansluiten bij de drijfveren van jongeren?

‘Begrijp me niet verkeerd, er gaat veel goed. Ik merk dat voor 80 procent van de jongeren de huidige aanpak volstaat. Bij zo’n 20 procent van de jongeren met complexe problematiek is dat echter niet het geval. Zelfredzaamheid als uitgangspunt is goed, maar voor een deel van de jongeren eenvoudigweg te hoog gegrepen. En daar zijn casusregie en aansluiten bij drijfveren dus cruciaal.’

Wat is er nodig voor deze groep?

Voor deze groep is maatwerk nodig. Niet omdat ze ‘kwetsbaar’ zijn. Het woord ‘kwetsbaar’ roept wat weerstand bij me op. Het zijn vaak geen kwetsbare, maar juist krachtige jongeren die reeds veel tegenslagen in hun leven trotseerden. Commitment is voor hen nodig op alle niveaus om op te schalen als problemen te groot blijken.’

Wat gaan jullie doen met de inzichten?

‘We gaan de komende tijd meer op basis van casuïstiek werken en escalatietafels organiseren – ook regionaal. Daarnaast merken we dat de hulpverlening aan jongeren teveel in doelgroepen is onderverdeeld. We denken teveel in termen als schoolverlaters pro- en vso, voortijdig schoolverlaters, 18- en 18+ of 23- en 23+. Daar willen we vanaf. Vanuit het traject ‘Samen slim slagvaardig kansen creëren voor jongeren’ willen we één groep van jongeren tussen 16 en 27 jaar met complexe problematiek goed ondersteunen. Niet omdat ze kwetsbaar zijn, maar om ervoor te zorgen dat ze uit hun kwetsbare positie kunnen groeien.’

'De samenwerking tussen de gemeente en de reclassering kon in deze casus beter. We kregen als gemeente het idee dat het contact werd overgenomen.'

Casus Marion (22)

‘Terug naar school zonder verder in de schulden te komen’

Opleiding: vmbo-tl Zorg en welzijn

Inkomen: bijstandsuitkering

Daginvulling: geen werk, geen school

Problematiek: wonen, psychische en lichamelijke problemen, trauma, schulden

Wens: wil weer naar school of een zinvolle daginvulling

Knelpunt: bewindvoering ‘dwingt’ Marion om 3 jaar in de uitkering te blijven

Oplossing: bij afronden van een studie worden Marions schulden kwijtgescholden

Acties: bewindvoerder moet akkoord gaan met afkopen schuld door de gemeente, inzet van een schuldhulpmaatje

De casus

Marion (niet haar echte naam, red.) heeft een lange geschiedenis met jeugdhulpverlening. Zij heeft problemen op zowel psychisch als lichamelijk gebied.

Na haar opleiding vmbo-tl volgde Marion verschillende opleidingen die zij voortijdig afbrak. Nu heeft zij een bijstandsuitkering en geen zinvolle dagbesteding. En ze heeft schulden. Zoveel, dat ze onder bewindvoering staat.

Marion wil graag weer naar school. Dit lijkt door haar financiële situatie niet haalbaar. Gezien zij onder bewindvoering staat, moet zij drie jaar lang in de uitkering blijven als vaste inkomensbron of (aanvullend) aan het werk gaan.

Dat zit zo: als Marion een opleiding start, moet ze studiefinanciering aanvragen. Dan krijgt ze geen bijstandsuitkering meer. De bewindvoerder ziet studiefinanciering echter niet als inkomen maar als een nieuwe schuld.

De vicieuze cirkel doorbreken

Het projectteam helpt de casusregisseur verder richting de bewindvoerder. Hoe kunnen we de vicieuze cirkel te doorbreken. Marion wil graag naar school, terwijl de bewindvoerder haar ‘dwingt’ om drie jaar in de uitkering te blijven of aan het werk te gaan.

Haar eigen drijfveer – terug naar school – biedt meer kans op zelfredzaamheid, zo luidt de conclusie. Een opleiding biedt ook een succeservaring. Dat verzacht mogelijk haar psychische klachten.

Oplossing

Als Marion een studie afrondt, scheldt de gemeente haar schulden kwijt. Voorwaarde is dat de bewindvoerder akkoord gaat met het afkopen van haar schuld door de gemeente.

Deze oplossing werkt voor alle partijen. Als Marion zelf haar schuld blijft aflossen vanuit haar jongerenuitkering kan zij hooguit € 1.800 per jaar afbetalen.

Als Marion een opleiding volgt, ontvangt zij studiefinanciering en ondersteuning vanuit school. Dit scheelt de gemeente minimaal € 20.000 per jaar. Marion heeft op haar beurt met een diploma op zak en geen schulden meer kans op zelfredzaamheid.

Marion kan starten met haar studie. Ze krijgt wel een schuldhulpmaatje om te voorkomen dat er nieuwe schulden ontstaan.

Meer weten? Stuur een mail aan info@programmasociaaldomein.nl

 

Photo by Devin Avery on Unsplash

'Als Marion een studie afrondt, scheldt de gemeente haar schulden kwijt. Voorwaarde is dat de bewindvoerder akkoord gaat met het afkopen van haar schuld door de gemeente.'