Meer samenwerking medisch en sociaal domein nodig

11 april 2019

Mensen met een praktische opleiding en een laag inkomen hebben een grotere kans om ongezond te zijn. Beter samenwerken in het medisch en sociaal domein is nodig om gezondheidsverschillen terug te dringen, aldus staatssecretaris Paul Blokhuis tijdens een masterclass van het traject Terugdringen gezondheidsverschillen van het Programma Sociaal Domein.

Vanuit 14 coalities werkt het traject aan oplossingen voor deze problematiek, ondersteund door adviesbureau AEF, JOGG, NJi en Pharos.

Gezondheidsverschillen tussen hoger en lager opgeleiden en mensen met of zonder migratie-achtergrond worden steeds groter. Zo overlijden laagopgeleiden gemiddeld 7 jaar eerder. Ook krijgen ze 18 jaar eerder gezondheidsklachten en hebben ze meer kans op overgewicht en obesitas dan hoogopgeleiden in Nederland.

‘Dat tij willen we keren’, aldus staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ‘Goed om te zien dat jullie vanuit het Programma Sociaal Domein samen leren en ontwikkelen. Daar is creativiteit voor nodig, en vooral: enthousiasme. Zonder betrokken en bevlogen professionals gaat het niet lukken.’

In veertien gemeenten zijn coalities gevormd: Amsterdam, Dordrecht, Hoogeveen, Ede, Rotterdam, Tilburg, Utrecht, Zaanstad, Alkmaar, Almere, Alphen aan den Rijn, Haarlem, Smallingerland, Venray. Daarin zijn organisaties vertegenwoordigd uit zowel het medisch als sociaal domein. Denk aan jeugdhulpverleners, verloskundigen en gynaecologen, maar ook de politie, sportverenigingen en supermarkten.

Om gezondheidsverschillen terug te dringen richten zij zich vooral op kinderen en jongeren in een kwetsbare positie, evenals een gezond gewicht bij kinderen en jongeren. Hoe bereik je inwoners bij lokale aanpakken? Hoe stuur je op samenwerking? En welke doelen streven we na in de nabije toekomst? Over die vragen buigen de coalities zich tijdens de tweedaagse masterclass in Utrecht.

Totaalbeeld

‘We kijken in Rotterdam zoveel mogelijk naar mensen in hun geheel’, vertelt Judith Bokhove, wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal in Rotterdam. ‘Er zijn bijvoorbeeld nog teveel mensen die te maken hebben met erfelijke armoede. Schulden werken enorm remmend op je gezondheid. Het is zaak dat professionals uit het medisch en sociaal domein een totaalbeeld hebben van de problematiek, zodat ze elkaar kunnen versterken. Je kunt als verloskundige bijvoorbeeld aandringen dat een zwangere stopt met roken. Maar dat lukt waarschijnlijk beter als de schulden of huisvestingsproblemen zijn opgelost.’

Daar sluit Simone Kukenheim, wethouder Zorg, Jeugd, Beroepsonderwijs en Sport in Amsterdam zich bij aan. ‘Minder kinderen met een laag geboortegewicht, dat lukt niet enkel door inzet van meer zorg. Ik trek vaak de vergelijking met de tijd toen er veel epidemieën waren. Vooral kinderen uit lagere sociale milieus stierven aan besmettelijke ziektes. Dat kwam door een combinatie van factoren. Zij zaten in grotere schoolklassen, waardoor ziektes zich sneller verspreidden. Ook was er sprake van slechtere huisvesting en voeding, waardoor deze kinderen kwetsbaarder waren.’

Alle gynaecologen kennen vrouwen waar ze bezorgd om zijn als ze zwanger zijn of willen worden.

Verbinden medisch en sociaal domein

Zo bestaan en ontstaan ook mooie initiatieven om de domeinen te verbinden. Marcelle Hendrickx, wethouder Jeugd in Tilburg: ‘We hebben in Tilburg een ‘agenda sociaal 013’ die door de inwoners en professionals zelf is opgesteld. We vormen samen met de ouders, jeugdgezondheidswerkers, verloskundigen, politie, welzijnswerk, het ziekenhuis en de huisartsen een coalitie om de agenda uit te voeren. Om kinderen een goede start te geven stoppen we in Tilburg niet bij het organiseren van ondersteuning na de eerste 1000 dagen, maar gaan we door tot vier jaar. Of nee, eigenlijk 27 jaar. Ons gezamenlijke doel: hoe zetten we meer in op preventie, zodat minder zware zorg nodig is?’

Optrekken met ziekenhuizen

‘De medische wereld en de gemeenten stonden ver van elkaar’, erkent Hendrickx. ‘Nu trekken we intensiever op met onder andere ziekenhuizen. Alle gynaecologen kennen vrouwen waar ze bezorgd om zijn als ze zwanger zijn of willen worden. Samen met de GGD voeren we een gesprek met vrouwen die zich in een kwetsbare periode in hun leven bevinden. Na het gesprek kiest een groot aantal van hen voor de  anticonceptiepil.’

Blokhuis: ‘Ik hoor dat ziekenhuizen weleens de vraag stellen: ‘Gaat meer samenwerken met het sociaal domein ons zorg kosten?’ Dat vind ik geen fijne reactie. We willen in Nederland meer preventief werken om zware hulpvragen te voorkomen.’

José Manshanden, directeur Publieke Gezondheid GGD Amsterdam: ‘Ik zie weliswaar dat het medisch en sociaal domein meer samenwerkt, maar het gaat me niet snel genoeg.’ Zij ziet ook een regulerende rol voor de overheid. ‘Waarom is bijvoorbeeld de btw-stijging ook van toepassing op groente en fruit? Een lagere btw is toch een voor de hand liggende manier om gezondere voeding te stimuleren?’

Ook de Amsterdamse coalitie onderzoekt hoe wet- en regelgeving kan bijdragen aan het terugdringen van gezondheidsverschillen. Kukenheim: ‘Er is bijvoorbeeld een redelijke kans dat een ouder hechtingsproblemen overbrengt op zijn of haar kind. Weghalen van de eigen bijdrage voor GGZ voor kwetsbare mensen kan voorkomen dat problematiek van generatie op generatie wordt overgedragen. Dergelijke oplossingen binnen wet- en regelgeving verken ik graag binnen onze coalitie.’

Blokhuis: ‘Ik ben met minister Bruins van Medische Zorg in gesprek over de inzet van budgetten. Van de zo’n 80 miljard euro die we in Nederland jaarlijks uitgeven aan zorg, gaat zo’n 20 miljoen euro naar het preventieakkoord. In het licht van ‘preventie voorkomt zware zorg’ is meer budget voor preventie te verdedigen.’

Om gezondheidsverschillen terug te dringen pleit de staatssecretaris vooral voor beter samenwerken. ‘Er zijn meer bruggetjes nodig tussen het medisch en sociaal domein. Enthousiasme, elkaar kennen en afspraken concreet maken, zijn de sleutelwoorden.’

Vragen? Stuur een mail aan info@programmasociaaldomein.nl

Ik hoor dat ziekenhuizen weleens de vraag stellen: ‘Gaat meer samenwerken met het sociaal domein ons zorg kosten?