28 maart 2018

Kim Putters, SCP: ‘Die eenzame oudere op drie hoog bereiken we niet altijd’

Binnen het Programma Sociaal Domein werken gemeenten en Rijk samen om het sociaal domein te versterken. Zodat professionals nog meer van waarde kunnen zijn voor mensen in een kwetsbare positie. In deze rubriek laten we betrokkenen en deskundigen aan het woord over het Programma Sociaal Domein.

Dit keer spreken we Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). 

Wat vindt u van het Programma Sociaal Domein?

‘Het is belangrijk dat gemeenten van elkaar leren. Het Programma Sociaal Domein kan bijdragen aan het delen van goede ideeën en oplossingen. Daar is veel behoefte aan. Dus dat vind ik een mooie ontwikkeling. Gemeenten hoeven en moeten niet steeds zelf het wiel opnieuw uit te vinden.’

Wat is de grootste uitdaging in het sociaal domein?

‘In mijn ogen is de allergrootste uitdaging de verhouding tussen kwetsbare ouderen en beschikbare mantelzorgers. De overheid gaat uit van aannames die veelal te rooskleurig zijn. Het aantal 65 plussers zal de komende twee decennia alleen maar toenemen en het aantal mantelzorgers stijgt niet. Wat er gaat gebeuren is dat mantelzorgers alleen maar meer op zich gaan nemen. Je kan allerlei creatieve oplossingen bedenken om mantelzorgers te ontlasten. Maar in the end zal er ook meer zorgpersoneel bij moeten komen.’

Hoe kunnen het Rijk en gemeenten elkaar faciliteren in de trajecten van het Programma Sociaal Domein?

‘Het huidige kabinet heeft er niet voor gekozen om de gemeenten financiële en juridische afhankelijkheid te geven, zoals het Scandinavische model. Gemeenten zijn dan ook afhankelijk van geld en regels van het Rijk. Zolang dat zo is, blijven gemeenten afhankelijk van de door het Rijk gestelde randvoorwaarden. Die voorwaarden moeten voldoende ruimte bieden aan gemeenten om regels toe te passen in de lokale context.’

‘Daar hoort ook bij: inzetten op opleiding en een goede kennisinfrastructuur. Wat is nou een goede manier om een keukentafelgesprek te voeren met een cliënt in een afhankelijke positie? Daar moet je mensen voor opleiden en daar is kennis voor nodig. Ik denk dat het veel zinvoller is om dit landelijk te regelen. Dit zodat alle gemeenten daar gebruik van kunnen maken. Landelijke inzichten uit onderzoek helpen om lokaal de goede vragen te stellen.’

Wat hoopt u dat er met het Programma Sociaal Domein wordt bereikt?

‘Als ik vanuit de burgers redeneer dan hoop ik dat het Programma Sociaal Domein ook díe mensen bereikt die niet aan het loket komen. Het risico is dat we mensen helpen die mondig zijn of een netwerk om zich heen hebben die de route in het systeem kennen. Maar die eenzame oudere op drie hoog of die dakloze in een portiek, die bereiken we niet altijd. Ik hoop dat het programma ook bijdraagt aan hulp voor niet zichtbare groepen.’

‘Daarnaast hoop ik dat het programma bijdraagt aan minder verkokering bij de organisatie van het sociaal domein. Ik zie heel veel positieve ontwikkelingen om onder andere zorg, welzijn en wonen op elkaar af te stemmen. Om maatwerk te leveren. Maar zowel bij het Rijk als bij gemeenten worden deze domeinen toch in afzonderlijke hokjes georganiseerd op bestuurlijk niveau. Ik hoop dat dit programma bijdraagt aan ontkokering van die organisatie, zowel op landelijk als gemeentelijk niveau. Dat kan door bijvoorbeeld een wethouder sociaal domein aan te stellen. Maar dat kan ook door meer op thema te organiseren. Een wethouder eenzaamheid of zorg & arbeid. Je ziet daar lokaal gelukkig al een aantal mooie voorbeelden van. De landelijke overheid kan daar veel van leren.’

‘Tot slot, ik denk dat veel van de genoemde oplossingsrichtingen al zijn ingeslagen. Maar die kunnen beter én we moeten leren van de huidige praktijk!’