25 april 2019

Activeren sociale basis vraagt om onconventioneel denken en doen

Het activeren en ondersteunen van de sociale basis – burgers die mee willen praten en zichzelf- en elkaar willen helpen – wordt gezien als een belangrijk en waardevol antwoord op allerlei maatschappelijke vraagstukken.

Van het organiseren van een betere sociale samenhang in wijken tot en met de strijd tegen eenzaamheid of de zorg voor mensen met een beperking: een actieve sociale basis is er een onmisbaar onderdeel van. In Amersfoort organiseerde ons traject Versterken sociale basis op 11 april jl. een bijeenkomst voor professionals én actieve bewoners over dit onderwerp. Belangrijkste les: om beter contact te maken en samen te werken met de sociale basis, mag de systemische wereld van overheid en instituties wel wat onconventioneler worden.

Beperkte ruimte voor interessante ideeën

De vraagstukken die de professionals van onder andere gemeentes en welzijnsorganisaties in Amersfoort inbrengen, kunnen rekenen op onderlinge herkenning. Een ambtenaar van een gemeente vertelt bijvoorbeeld over een forse ingreep in het fysieke domein in een bepaalde wijk. Daarbij is de vraag: hoe kom je hierover met elkaar in contact op een voor iedereen zinvolle, productieve manier? Zeker als “wij” vooral zitten te denken aan het klimaatadaptief maken van de wijk en “zij” aan een gezellige opknapbeurt.

Een andere professional vertelt over het spagaat waarin ze terecht komt, omdat haar gemeente de wijkplannen die met bewoners worden opgesteld óók wil gebruiken als middel om de doelmatigheid van subsidies te toetsen. Dat beperkt de ruimte voor interessante ideeën en voorstellen waar bewoners zich voor willen engageren, maar die niet goed meetbaar te maken zijn.

Weinig steun voor actieve bewoners, wél prijzige ‘Week van de Eenzaamheid’

Omgekeerd is er ook veel herkenning als de actieve bewoners vertellen waar zij tegenaan lopen. Een vrijwilliger, bijvoorbeeld, die vertelt over hoe bewoners in zijn wijk zich dag-in-dag-uit inzetten op het thema eenzaamheid. De gemeente is nauwelijks te bewegen daar een bijdrage aan te leveren, maar organiseert wél jaarlijks een prijzige ‘Week van de Eenzaamheid’. Dat schuurt, uiteraard.

Hoe lastig het ook kan zijn: het versterken van de sociale basis is een absolute randvoorwaarde voor de grote maatschappelijke transities waar we voor staan. Dat vindt ook Reinier Koppelaar, programmamanager bij VWS van Langer Thuis. Langer Thuis heeft als inzet ouderen zo lang mogelijk én zo plezier en comfortabel mogelijk in hun eigen huis te laten wonen. Zonder een sterke sociale basis is zoiets onmogelijk te realiseren. Daarom wordt vanuit het programma stevig ingezet op de ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligers. Koppelaar: ‘We kunnen van alles doen aan de fysieke woonomgeving, maar dat heeft alleen zin als ook de sociale aspecten goed zijn.’

Lessen uit de Pop Up-kerk, innovatielab vrijgemaakt gereformeerde kerk

Dat er obstakels en valkuilen zijn in de relatie tussen instituties en sociale basis, is duidelijk. Maar wat zou je er aan kunnen doen om die relatie te verbeteren en in co-creatie te werken aan een betere samenleving? Rikko Voorburg kan hier uit de eerste hand over berichten. Voorburg is theoloog en voorganger in de Amsterdamse Pop Up-kerk, kort samengevat: het innovatielab van de vrijgemaakt gereformeerde kerk. Als er nou één institutie is die het contact met zijn sociale basis geheel heeft verloren, dan is het wel de kerk, vertelt Voorburg. Met zijn Pop Up-kerk onderzoekt hij sinds enkele jaren hoe het contact met de samenleving hersteld kan worden. Dat vraagt om te beginnen om een totale omkering van de verhoudingen: niet meer top-down, zoals de kerk eeuwenlang heeft gefungeerd, maar verbindend, verbeeldend en faciliterend.

Duurzame samenwerking op basis van gedeelde visies en dromen

Voorburg houdt voor dat duurzame en productieve samenwerking tussen instituties en bewoners alleen ontstaat op basis van oprechte motivatie. Die motivatie haal je niet uit processen, procedures en dogma’s, maar uit gedeelde visies en dromen. Voorburg illustreert dat met een mooie quote van de Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry: ‘Als je een schip wil bouwen, moet je werklui niet opdragen hout te verzamelen, je moet niet het werk verdelen en orders geven. Leer in plaats daarvan mensen eerst te verlangen naar de eindeloze zee.’

Biechtsessie in Casa Rosso

Met zijn Pop Up-kerk weet Voorburg mensen te binden en te boeien, die totaal niets met de kerk hebben, maar die zich wél willen inspannen om de wereld een beetje mooier te maken. Daar zijn inmiddels allerlei in het oog springende initiatieven uit voort gekomen, waaraan bijvoorbeeld kunstenaars, buurtbewoners of gewoon bezorgde burgers hun medewerking verlenen. Zo organiseerde hij een biechtsessie in sekshuis Casa Rosso en een karavaan van bussen en auto’s naar de Griekse hoofdstad Athene om vastzittende vluchtelingen op te halen. Die initiatieven krijgen vaak veel media-aandacht, mede omdat ze wel erg buiten het gebaande kerkenpad liggen. Maar Voorburg is stellig over de waarde daarvan: ‘Je moet doen wat niet kan en mag, om te ontdekken wat werkt.’

Stel de vraag eens anders

Het verhaal  van Voorburg roept natuurlijk de vraag op hoe “radicaal” maatschappelijke instituties zich kunnen – of zelfs: moeten – opstellen om de sociale basis meer in beweging te krijgen. De professionals en actieve burgers in Amersfoort zijn het er over eens dat het een goed begin zou zijn als de vragen eens anders worden gesteld. Een medewerker van een gemeente: ‘We zijn er ontzettend goed in van te voren van alles te bedenken en er pas dán mee de wijk in te gaan, waar men er vervolgens iets van mag vinden. In plaats daarvan zouden we éérst de wijk in moeten gaan met de eenvoudige, maar duidelijke vraag: “Help ons”.’  Een van de actieve bewoners voegt daar aan toe: ‘In plaats van te starten vanuit een probleem zou je als overheid beter kunnen beginnen met vraag: waar heb je zin in, waar krijg je energie van?’

Professionals in participatie

In een inleiding door Karin Sok van Movisie wordt dieper ingegaan op ontwikkelingen op het gebied van participatie in de zorg. In de zorg is al sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw gestructureerd gewerkt aan een sociale basis die meepraat en meedoet, in de vorm van bijvoorbeeld cliëntenraden. Dat zijn belangrijke ervaringen, nu gemeenten medezeggenschap en participatie dienen te organiseren met inwoners/cliënten rond de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet.

Sok schetst een beeld van cliëntenparticipatie die sinds het begin steeds beter georganiseerd is geraakt. De belangenbehartiging is hier en daar zelfs zo professioneel, dat de vraag gerechtvaardigd is of “echte” cliënten nog wel meepraten en meedoen. Sok: ‘Sommige vormen van cliëntenparticipatie stellen enorm hoge eisen aan deelnemers, wat leidt tot uitsluiting.’ Om méér mensen, ook kwetsbaardere cliënten, mee te krijgen, is een zoektocht gestart naar vernieuwing. Dat is hard nodig, want, vindt Sok:  ‘Het is en blijft enorm belangrijk om ervaringskennis te verwerken in beleid’.

Cliënten in opstand

Aansluitend vertelt Kitty Jurrius over de vorming van het NAH-Forum in Almere (NAH = Niet Aangeboren Hersenletsel, denk bijvoorbeeld aan hersenbloeding/infarct). Jurius is lector Klantenperspectief in ondersteuning en zorg en betrokken bij de Werkplaats Sociaal Domein Flevoland. Wat begon als een participatieproject vanuit de werkplaats rond cliënten met NAH in Almere, liep uit op een kleine opstand tegen niet passende zorg en niet gehoord zijn – ook niet door hun formele belangenbehartigers. Deelname aan het project leidde bij de cliënten eerst tot trots en saamhorigheid en daarna tot boosheid. Die is omgezet in daden: het NAH-Forum is nu een trotse verzamelplaats voor cliënten en mantelzorgers die zélf de ondersteuning regelen, waarvan ze vinden dat die nodig is. Een verhaal dat nog eens onderstreept wat de voorganger van de Pop Up-kerk de zaal meegaf: ‘Hoop heeft twee dochters: woede en moed. Woede om hoe de dingen gaan, moed om de dingen beter te maken dan ze zijn’.

Praktische tool:  ‘Uw initiatief past niet in ons kader. En wat doen we nu?’

Onder de titel “Uw initiatief past niet in ons kader. En wat doen we nu?” is het afgelopen jaar in Limburg onderzoek gedaan naar de relatie tussen burgerinitiatieven en lokale overheid. Op 13 maart is dit afgerond met een symposium en de presentatie van een brochure. Deze bevat tweemaal 10 vragen die bewonersinitiatieven én ambtenaren kunnen gebruiken om een betere dialoog met elkaar te voeren. De brochure werd tijdens de bijeenkomst in Amersfoort uitgedeeld en is hier in te zien.

‘Uw initiatief past niet in ons kader. En wat doen we nu?’ heeft volgens de onderzoekers veel waardevolle, grappige en soms zelf gênante verhalen opgehaald over hoe inwonersinitiatieven en overheden in de praktijk draagvlak en verantwoording beleven. In totaal zijn 15 casussen onderzocht.

Het onderzoek is uitgevoerd door Universiteit van Maastricht, Gemeente Peel en Maas, welzijnsinstelling Synthese en de VKKL en met steun van de Provincie Limburg. Meer informatie: Michael Verheijen m.verheijen@synthese.nl.