Mensen klaarstomen voor ander werk, nog voor ze hun baan verliezen

Met coronasteun voor crisisdienstverlening op de arbeidsmarkt richt het kabinet de pijlen op het voorkomen van langdurige werkloosheid en de afnemende kansen op werk. Daarvoor worden regionale mobiliteitsteams in het leven geroepen voor het (samen)werken aan begeleiding naar werk. Gemeenten, UWV, sociale partners en onderwijspartners zijn aan zet. Judith Duveen staat als directeur Werk in Amsterdam in het oog van de storm. Wat zijn haar ervaringen tot nu toe?

portret Judith Duveen
©Nadine van den Berg

Hoe het gaat met de regionale mobiliteitsteams? Judith Duveen spreekt snel maar overwogen: ‘Het gaat heel snel. Voor het optuigen van de regionale mobiliteitsteams werken we intensief samen met alle betrokken partijen. Iedereen is er mee bezig: ook partijen als de VNG en Divosa.’

'De uitdaging hierbij is om bedrijven die het lastig hebben in het vizier te krijgen voordat er echt ontslagen vallen.'

Amsterdam deed al snel na het uitbreken van de coronacrisis ervaring op met het begeleiden van werkzoekenden van werk naar werk. Amsterdam is één van de regio’s waar het snel ontslagen regende door de coronacrisis, onder meer vanwege het vrijwel stilvallen van Schiphol en het toerisme. Ze vertelt hoe snel werd ingezet op het oprichten van het Regionaal Werkcentrum Groot Amsterdam. ‘De strategie in de regio is werkgevers aan elkaar koppelen: werkgevers waar ontslagen worden verwacht, worden in contact gebracht met werkgevers die nog volop vacatures hebben.’

De uitdaging hierbij is om bedrijven die het lastig hebben in het vizier te krijgen voordat er echt ontslagen vallen. Anderzijds is het zaak om bedrijven die vacatures hebben te interesseren in medewerkers die elders overtollig worden. ‘Om dit allemaal te versnellen, is de arbeidsmarktregio een samenwerking aangegaan met uitzender Randstad’, aldus Duveen.

De aanpak lijkt sterk op de aanpak van de regionale mobiliteitsteams, die eind 2020 in het leven werden geroepen. Werknemers en bedrijven die worden gereorganiseerd of in sectoren waar de werkgelegenheid sterk terugloopt, kunnen hulp krijgen van een regionaal mobiliteitsteam.

Deze aanpak is een samenwerking van werkgevers(organisaties), vakbonden, gemeenten, UVW en scholingspartners. De werkzoekenden kunnen gebruik maken van de mogelijkheden die partners bieden, dus het maakt niet uit dat je nog niet ontslagen bent of in welke regeling je valt. Er zijn onder meer scholingsmogelijkheden, individuele coaching en het re-instrumentarium van de gemeenten.

‘We zullen het samen superslim moeten organiseren’

We hebben elkaar nodig

Duveen is blij dat het Rijk een steun- en herstelpakket in het leven heeft geroepen voor de regionale mobiliteitsteams. ‘De opdracht van het Rijk loopt via de centrumgemeenten die de opdracht hebben gekregen via een intentieverklaring en de landelijke stuurgroep. Het is goed dat het Rijk zegt: we willen niet dat één partner in splendid isolation de begeleiding van werk naar werk gaat organiseren. We moeten elkaar versterken. Niemand kan alleen voor de troepen uit, gelukkig pakt iedereen ook die handschoen op.’

Er kleeft ook een nadeel aan. ‘We zullen het samen superslim moeten organiseren, en daar gaat tijd in zitten.’ Ze wijst op goede werkafspraken die nodig zijn en de ministeriële regeling rond de regionale mobiliteitsteams. Die regeling is nodig om de budgetten te ontschotten en bijvoorbeeld onderling gegevens te kunnen uitwisselen. Ondertussen stuwt de crisis voort.

'Werkgevers hebben vaak de tijd en de ervaring niet om de werkzoekende daarbij te helpen. Bovendien hebben ze in coronatijd meestal veel aan hun hoofd.’

Duveen: ‘Er is haast geboden. Liefst helpen we mensen nog voor ze hun baan verliezen aan een baan in een andere sector. Werkzoekenden, ook mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt, hebben vaker begeleiding nodig. Mensen die nu hun baan kwijtraken, daar moeten we direct mee aan de slag, ongeacht of ze nu onder UWV of de gemeente vallen.’ 

Van werk naar werk

Hoe werkt dat in de praktijk? ‘In sommige sectoren vallen klappen, zoals in de horeca’, vervolgt Duveen. ‘Tegelijk ontstaat er werkgelegenheid in sectoren als de distributie en zorg. Daar spelen we op in. Werkgevers hebben vaak de tijd en de ervaring niet om de werkzoekende daarbij te helpen. Bovendien hebben ze in coronatijd meestal veel aan hun hoofd.’

Maar begeleiden van werk naar werk is vaak minder eenvoudig dan het lijkt. ‘We kennen allemaal de verhalen van mensen in de horeca die aan het werk willen in de zorg of als pakketbezorger’, vervolgt Duveen. ‘Dat is vaak het gemak waarmee beleidsmakers plannen presenteren. Maar vergis je niet, ook bij pakketbezorging of in distributiecentra moet je bijvoorbeeld een VOG hebben of een diploma voor heftruckchauffeur of het veiligheidsdiploma VCA in je zak hebben.’

Kortom, het gaat niet alleen om matchen. ‘Het is essentieel dat we ook gaan kijken naar skills, diploma’s en achtergrond in plaats van alleen naar werk. Daarom is het ook zo belangrijk dat we als partners vloeiend samenwerken, zonder dat we ons afvragen wie wat betaalt. Dat we niet gaan wachten tot iemand de bijstand instroomt voordat we bijvoorbeeld een opleiding tot heftruckchauffeur aanbieden.’

‘Het is niet gek dat gemeenten denken: we willen die instrumenten eerst inzetten voor de mensen die daar recht op hebben.’

Terugval in salaris

Een ander aandachtspunt: kennis en realiteitszin. ‘Wat gebeurt er bijvoorbeeld bij een terugval in salaris? Een zelfstandig taxichauffeur omscholen tot pakketbezorger lost vaak de financiële zorgen niet op. Die zal als zelfstandige waarschijnlijk meer verdienen dan een pakketbezorger. De taxichauffeur kan daarmee waarschijnlijk niet zijn vaste lasten betalen.’

We moeten ervoor zorgen dat we de ontschotte budgetten op tijd op de juiste plek bij verschillende partners inzetten. ‘Dat is in de praktijk vaak lastiger dan het lijkt. ‘Veel gemeenten zeggen terecht: gebruik onze kennis maar let ook op onze doelgroep. Gemeenten werken al jaren, mede door de hoogconjunctuur, met instrumenten om een de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen naar werk.

Op die budgetten wordt bovendien al jaren stevig bezuinigd door het Rijk. ‘Het is niet gek dat gemeenten denken: we willen die instrumenten eerst inzetten voor de mensen die daar recht op hebben.’ Aan de andere kant, merkt ze op: ‘Als je je volledig focust op die kant van de arbeidsmarkt, dan ben je een nieuwe groep aan het maken.’

Ander positiespel

Kortom, de coronacrisis zorgt ervoor dat partners een ander positiespel moeten spelen. ‘Heel lang ging het om instituties, dat is nog niet helemaal weg.

Zodra je bij elkaar zit, is er ook een double check: aan welke kant van de tafel zit je?’ Persoonlijk heeft Duveen er vertrouwen in. ‘Wat me raakt is de bevlogenheid van alle betrokken partijen om de handen op elkaar te krijgen.’ Ze lacht: ‘Net als Rutger Bregman vind ik dat de meeste mensen deugen, dat helpt.’

Meer informatie

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakte eind 2020 bekend dat de eerste drie regio’s zijn gestart met de inrichting van de mobiliteitsteams. Dat zijn Groot Amsterdam, Midden-Utrecht en Midden-Brabant. Medio 2021 zullen in alle arbeidsmarktregio’s mobiliteitsteams van start gaan.

Kijk bij Rijksoverheid voor meer informatie over de regionale mobiliteitsteams.