‘Een gedeelde bevlogenheid is dé voedingsbodem om te innoveren.’ Negen lessen van een Koers en kansen-pilot

Mounir el Maach was projectleider van de Koers en kansen-pilot De Wijkrechtbank en vanaf het prille begin bij dit project betrokken. Per 1 september jl. gaf hij het stokje door aan Babs Derksen. Tijd voor Koers en kansen om met hem terug te kijken. Wat heeft hij geleerd van dit project? Wat werkte goed en wat zou hij nooit meer zo doen?

portretfoto Mounir el Maach
©DCI Media

Wat is achteraf gezien de gouden greep geweest voor het project?

‘Wat ontzettend belangrijk was,’ begint Mounir el Maach meteen vol enthousiasme, ‘is dat de toenmalige president van de rechtbank Oost-Brabant, Christa Wiertz en haar opvolgster Patricia Messer ons inspireerden om aan de slag te gaan met het innoveren van de rechtspraak. Samen zochten we naar een manier om ervoor te zorgen dat de rechtspraak betekenisvol zou blijven voor de samenleving. We waren ervan doordrongen dat een afkalvend vertrouwen in de rechtspraak schadelijk is voor de rechtstaat. Het is zo wezenlijk dat mensen zien dat de rechtspraak maatschappelijk effectief is.

‘We wilden dat mensen beter de rechtspraak uitkomen dan hoe ze er binnengaan.  We wilden voorkomen dat mensen steeds weer opnieuw in de fout gaan, van probleem naar probleem leven en een straf krijgen zonder dat hun moeilijke situatie opgelost wordt. Ook voor de omgeving en de betrokken professionals levert zo'n vicieuze cirkel veel frustraties op.
We hadden een enorme bevlogenheid om dat soort situaties aan te pakken. Die drive, weten waar je voor gaat en wat je wil bereiken, het is zo enorm belangrijk als je iets nieuws uitprobeert.

‘We vroegen ons af: wat zijn inspirerende voorbeelden waarvan we kunnen leren. Zo inspireerde het proefschrift van Suzan Verberk ons. Dat gaat over probleemoplossend strafrecht, waarbij je naast straffen ook zoekt naar oplossingen voor de problemen die bij de verdachte spelen. We kwamen terecht bij een Amerikaans initiatief: de community court in New York. Ook daar krijgt iemand die de wet overtreedt een straf opgelegd. Tegelijk wordt naar de toekomst gekeken: wat heeft die verdachte nodig om de problemen die er in zijn leven spelen te tackelen. Het mooie was ook nog eens dat de community court door de verdachte én door de wijk Brooklyn serieus wordt genomen, een wijk, waar voornamelijk zwarte mensen wonen. De community court krijgt het vertrouwen van deze gemeenschap, terwijl het wantrouwen richting de overheid juist erg groot is. De verdachten en de mensen uit de wijk voelden zich serieus genomen. Betekenisvol zijn, het vertrouwen hebben van de samenleving, straffen effectiever afdoen, juist dat wilden we in Nederland ook.’

Lees het hele interview hier.