'Jouw vraagstuk is mijn vraagstuk’

In een serie interviews vertellen de leden van de programmaraad van het Programma Sociaal Domein over hun werk en visie. Deze keer: Carry Goedhart, directeur Participatie en Decentrale voorzieningen bij het ministerie van SZW. 'Een blijvende bredere samenwerking in het sociaal domein is hard nodig om kwetsbare mensen de juiste hulp te kunnen bieden.' 

carry goedhart, szw, sociaal domein

Goedhart is op dit moment dagelijks bezig met de sociaaleconomische gevolgen van de coronacrisis. Ook is ze betrokken bij de uitkomsten van de commissie Halsema, die aandacht vraagt voor kwetsbare groepen die onevenredig hard worden geraakt door de coronacrisis. Denk aan jongeren met een gebrek aan toekomstperspectief, eenzame ouderen en toenemende bestaansonzekerheid voor grote groepen mensen. ‘Hun kwetsbaarheid ligt nu extra onder een vergrootglas. We zijn het aan deze mensen verplicht om snel met oplossingen te komen, gemeenten en Rijk gezamenlijk', aldus Goedhart.

Intensief samenwerken

‘Vanuit gemeenten en het Rijk doen we er alles aan om mensen die hun baan of inkomen kwijtraken door corona van werk naar werk te begeleiden en de instroom in de bijstand te voorkomen’, vertelt Goedhart, die de gemeentelijke uitvoering goed kent als voormalig programmamanager sociaal domein bij de gemeente Zoetermeer. ‘Daarbij werkt het ministerie van SZW intensief samen met onder meer het UWV, VNG en Divosa, zoals bij de snelle totstandkoming en uitvoering van de NOW en Tozo.’

Ze wijst daarbij ook op op de steunmaatregelen van €1,4 miljard en ‘de versnellingsacties’ die het kabinet aankondigde. Die maatregelen zijn bedoeld om onder meer mensen om te scholen en te helpen aanpassen aan de veranderende arbeidsmarkt. ‘Het maakt daarbij niet uit niet uit of iemand voor WW of bijstand in aanmerking komt: gemeenten kunnen instrumenten voor re-integratie van UWV inzetten door ontschotting van budgetten.’

We lijken door de coronacrisis in het sociaal domein beter in staat om vanuit de bedoeling na te denken over dienstverlening en financiering. De inwoners staan meer centraal: leefwereld en systeemwereld bewegen meer naar elkaar toe.

Vanuit de bedoeling 

Goedhart is dus tevreden hoe gemeenten en rijk samen met sociale partners de schouders eronder zetten in de coronacrisis. ‘Er werd een enorm beroep gedaan op gemeenten om snel een ingewikkelde regeling uit te gaan voeren. Wat we als Rijk samen met gemeenten en Divosa in de uitvoering voor elkaar hebben gekregen in korte tijd vind ik echt een doorbraak.’

Normaal gesproken zouden dergelijke regelingen na een langdurig wetgevingstraject gerealiseerd worden, vervolgt Goedhart. ‘We lijken door de coronacrisis beter in staat om in het sociaal domein vanuit de bedoeling na te denken over dienstverlening en financiering. De inwoners staan meer centraal: leefwereld en systeemwereld bewegen meer naar elkaar toe.’

Urgentie brede samenwerking sociaal domein

Maar de bezorgdheid overheerst, zeker nu de tweede coronagolf een feit is: ‘Een blijvende bredere samenwerking in het sociaal domein is hard nodig om kwetsbare mensen de juiste hulp te kunnen bieden. Het is belangrijk om het goede vast te houden van deze periode van “ontbureaucratisering”. Het systeem moet er zijn voor de inwoners.’

Vanuit die urgentie is drie jaar geleden ook het Programma Sociaal Domein ontstaan, merkt ze op. ‘De noodzaak om de verschillende domeinen en de werelden van het Rijk en gemeenten meer met elkaar te verbinden is groot. Maar ook gemeenten onderling kunnen veel van elkaar leren.’

De programmaraad Sociaal Domein speelt daarin een verbindende rol, stelt Goedhart. Dat besef vormde de aanleiding voor een basisafspraak tussen de leden van de programmaraad. ‘Namelijk: als directeuren van het Rijk en gemeenten in de programmaraad een beroep op elkaar doen, zal het antwoord nooit “nee” zijn. We zijn ons ervan bewust dat we elkaar nodig hebben: “jouw vraagstuk is mijn vraagstuk”.

Dat is een mooie afspraak in een complexe werkelijkheid van formele reguliere bestuurlijke overleggen. Mensen en gezinnen laten zich met hun vraagstukken tenslotte ook niet opdelen in domeinen.’ Het is dan ook belangrijk om het netwerk te blijven onderhouden, besluit Goedhart. ‘Daar moeten we energie in blijven stoppen, ongeacht wat er in het volgende regeerakkoord wordt besloten.'

Bekijk ook de interviews met de programmaraadsleden Martijn Sanders en Lisette de Bie