Podcast #10: Naar een interbestuurlijk verbond

De decentralisaties in het sociaal domein van 2015 worden wel "de grootste staatsrechtelijke operaties in Nederland sinds 1948" genoemd. Een enorm takenpakket ging van ene bestuurslaag (het Rijk) naar de andere (gemeenten). In deze podcast vertellen Rien Fraanje van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) en Sanne van Eerden van het Programma Sociaal Domein wat voor consequenties dit heeft gehad voor de bestuurlijke verhoudingen in het sociaal domein. Wat gaat wel en niet goed in de interactie tussen beide bestuurslagen? En waar komen spanningen tussen Rijk en gemeenten vandaan?

Beluister via Spotify of iTunes

Binnenhof

De aftrap van de centralisaties is nu vijf jaar geleden. ‘Het was een enorme operatie. Dan zijn vijf jaar niet zo heel veel,’ stelt Rien Fraanje. ‘Daarom vind ik het soms lastig om mee te gaan in alle kritiek. Er is zeker ruimte voor verbetering, maar na vijf jaar kán nog niet alles goed georganiseerd zijn.’

Huwelijk

Er is bewust gedecentraliseerd met de gedachte dat de gemeente het anders zouden doen dan het Rijk, vertelt Rien. ‘Gemeenten moeten daar de tijd voor krijgen, maar ook voor de Rijksoverheid is het wennen. Het betekent het loslaten van een rol. De overheid moet nu niet overal meteen op willen ingrijpen, dan nemen ze de gemeenten niet serieus genoeg.’

Maar ook al heeft het proces nog tijd nodig, er zijn ook verbeterpunten. Sanne van Eerden: ‘De decentralisatie vraagt om een fundamenteel andere manier van samenwerken tussen bestuurlijke overheden. Ik zie het als een soort huwelijk: je hebt elkaar hard nodig. Ook al ben je het niet altijd met elkaar eens, het gaat alleen werken als je samen investeert. Je moet elkaar begrijpen en meenemen in je overwegingen.’

Kloof nog niet overal dicht

Dat begrip is er niet altijd. Rien: ‘Gemeenten mogen in principe hun eigen keuzes maken. In de uitvoering van een taak ontstaan er daardoor verschillen tussen gemeenten. Bijvoorbeeld bij Jeugdzorg, daar bestaat behoorlijk wat ruimte voor eigen invulling. En daarin heeft de overheid een aantal ingrepen gedaan in het afgelopen jaar. Zo wil de minister van VWS een verplichte samenwerking in regionaal verband instellen.’

Sanne: ‘Die ingrepen zetten de relatie tussen Rijk en gemeenten onder druk. Dat belemmert het samenwerken aan betere hulp voor kwetsbare mensen. Veel interbestuurlijke samenwerking is georganiseerd in overleggen. Het risico van de nadruk leggen op interbestuurlijke overleggen is dat je een wij-zij gevoel creëert, en dus de kloof tussen overheid en gemeente vergroot.’

Partnerschap en domeinoverstijgende aanpak

Vanwaar dan toch die ingrepen? Rien: ‘Je hebt te maken met een politieke realiteit. Als er incidenten zijn komen er Kamervragen.’ Den Haag is voor het sociaal domein de systeemverantwoordelijke: verantwoordelijk voor het goed functioneren van het systeem. Rien: ‘Het is gebleken dat daar totaal verschillende invullingen aan worden gegeven. Die verantwoordelijkheid wordt teveel uitgelegd als hiërarchisch: dat er van bovenaf moet worden bepaald of geïntervenieerd. Maar in deze tijd zou het beter passen om die verantwoordelijkheid meer op te pakken in partnerschap. De overheid zou meer moeten verzorgen, faciliteren.’

Sanne: ‘We moeten proactiever zijn en in overleggen meer samenwerken aan domeinoverstijgende probleemvragen. Denk aan problematiek rondom mensen met een verstandelijke beperking of hoe je mensen terug de arbeidsmarkt op krijgt.’ Een voorbeeld van zo’n domeinoverstijgende aanpak is het traject UPP, waar we eerder een podcast over maakten.

Meer vanuit de lokale praktijk

Het advies van ROB voor betere interbestuurlijke samenwerking? Rien: ‘Rijk en gemeenten moeten samen goed het begrip "systeemverantwoordelijkheid" uitwerken. Het doel van de decentralisaties is dat gemeenten hun taken afzonderlijke van elkaar en integraal kunnen uitvoeren maar dat is tot nu toe niet gebeurd. Verder kunnen Rijk en gemeenten beter integraal samenwerken en daarbij kijken naar de maatschappelijke impact van wat ze doen. Kijk niet alleen naar het slagen van beleid in Haagse termen.’

Tenslotte heeft Rien nog een derde advies. ‘Alle kennisinfrastructuur in het sociaal domein is geconcentreerd in Den Haag. Maar lokaal bestuur wordt belangrijker. Zorg ervoor dat veel meer kennis vanuit de regio’s wordt gebruikt, en ook andersom: stel regio’s meer in de gelegenheid om de landelijke kennisinfrastructuur te gebruiken. Bedenk: wat is er nu nodig om de kennisuitwisseling tussen de landelijke en regionale kennisbureaus beter uit te laten wisselen?’

Gezamenlijk vertrekpunt

Sanne heeft hier toevoegingen aan. ‘Het werkt goed om signalen vanuit de lokale praktijk centraal te stellen. Dan kunnen beleidsmakers namelijk een concreet gesprek voeren over begrippen die anders algemeen en abstract blijven, zoals "stelselverantwoordelijkheid". Je vindt elkaar dan beter, kunt beter bepalen wat anders of beter kan. Je verzandt niet meteen in "Dit moet jij doen, dit moet ik doen", maar je hebt een gezamenlijk vertrekpunt.’

Vertrouwelijkheid en vertrouwen zijn ook belangrijk’, ziet Sanne. ‘Een vertrouwelijke setting en ruimte om je te verdiepen in vragen als "Hoe zie jij je rolopvatting? Hoe werken we daar samen aan?" We hebben peerreviews georganiseerd, dat werkt heel goed. Je stapt dan uit de waan van de dag om bestuurlijke samenwerking te bespreken. Het helpt om elkaar beter te begrijpen en om afspraken met elkaar te maken.’

Route komende periode

Wat moet de route zijn voor de komende periode? Sanne: ‘Het zou mooi zijn als we de komende periode kunnen voortbouwen op inzichten vanuit het Programma Sociaal Domein. Als praktijkervaringen vaker het uitgangspunt zijn voor de overheid om te bepalen wat is er nodig in het sociaal domein. Laten we zorgen dat we komen tot een gezamenlijke toekomstagenda.’

> Beluister ook onze andere podcasts in de serie Zaaigoed

Podcast #10 Naar een interbestuurlijk verbond