Wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) in consultatie

Het concept wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) is 19 maart jl. in consultatie gegaan. Het wetsvoorstel moet regelen dat gemeenten in specifieke situaties de ruimte krijgen om te verkennen of mensen kampen met gestapelde problemen, en welke partijen nodig zijn om de problemen op te lossen. Doel: snellere en meer gecoördineerde ‘integrale’ hulp voor kwetsbare mensen. Ons traject Uitwisseling persoonsgegevens en privacy werkte hard aan dit wetsvoorstel, samen met vier departementen en gemeenten. 

Onlangs werd het concept wetsvoorstel getoetst tijdens een informele consultatiemiddag waar 50 professionals, beleidsmedewerkers en privacyjuristen van gemeenten, experts van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de betrokken ministeries aan deelnamen.

De voorlopige conclusie is dat het wetsvoorstel kan bijdragen aan betere en meer gecoördineerde hulp voor kwetsbare mensen, doordat het onduidelijkheden wegneemt over het verwerken van noodzakelijke gegevens voor integrale dienstverlening. Wel zijn er nog praktische aandachtspunten en onduidelijkheden.

Veel voorkomende vragen

Projectleider Terry Lamboo van het ministerie van BZK trapte de consultatiemiddag af met een algemene presentatie over het wetsvoorstel en ging in op veel voorkomende vragen. Ze begon met de mededeling dat het wetsvoorstel gemeenten geen vrijbrief geeft om ‘álle gegevens van álle mensen uit álle domeinen met elkaar te verbinden’.

“Het wetsvoorstel richt zich op individuele gevallen waarbij mensen zelf om ondersteuning vragen,” aldus Lamboo. Ook ondersteunt het professionals die al betrokken zijn bij een persoon of huishouden en zien dat er meer aan de hand is, of constateren dat gecoördineerde hulp niet van de grond komt. “De mensen in kwestie zijn dus al in beeld.”

Het wetsvoorstel maakt het níet mogelijk om op voorhand gegevens te verbinden om inwoners die misschien hulp nodig hebben in beeld te krijgen. “Het uitgangspunt blijft dat gegevensuitwisseling maatwerk is, en alleen gebeurt in specifieke situaties. Zo krijgen mensen de zorg die ze nodig hebben en blijft hun privacy gewaarborgd.”

Waarom is een wetsaanpassing nodig?

Met de decentralisaties van de taken in het sociaal domein – de Wmo 2015, Jeugdwet en Participatiewet – kregen gemeenten de opdracht om de leefwereld van inwoners centraal te stellen en te zorgen voor integrale ondersteuning. Dit omdat sommige inwoners ‘gestapelde’ problemen hebben, zoals op het gebied van werk, gezondheid, schulden, opvoeding en onderwijs.

Om een goed beeld te krijgen van de problematiek rond een persoon die hulp vraagt moeten de verschillende betrokken professionals met elkaar contact kunnen hebben en persoonsgegevens bij elkaar brengen. Dat maakt ‘integrale dienstverlening’ (gecoördineerde hulp die nabij en minder versnipperd is) mogelijk – een belangrijk doel van de decentralisatie.

De opdracht aan gemeenten is dus duidelijk. Maar om persoonsgegevens uit meerdere domeinen bij elkaar te brengen is vanuit privacywetgeving een wettelijke grondslag een voorwaarde. En die is er op dit moment niet, stelt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

De losse wetten hebben wel regels over taken van gemeenten en gegevensverwerking, maar daarmee zijn er nog geen regels over de integrale en gecoördineerde aanpak door gemeenten. Het resultaat is dat professionals niet weten waar ze aan toe zijn. Bovendien krijgen mensen niet altijd de hulp die zij nodig hebben.

Het wetsvoorstel stelt gemeenten straks in staat om de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in samenhang met elkaar uit te voeren. Ook wordt betere samenwerking mogelijk met aangrenzende domeinen als zorg, onderwijs en wonen. Minister Kajsa Ollongren van BZK informeerde de Tweede Kamer in september 2019 over de voorziene wetswijziging, die vermoedelijk in 2022 van kracht gaat.

Standaardsituaties

Het wetsvoorstel gaat uit van twee standaardsituaties, legt José Pattiwael-Bakker uit. Zij is namens het ministerie van VWS betrokken bij het wetsvoorstel. “De eerste is: een inwoner komt met een hulpvraag aan een loket bij de gemeente of organisatie in het sociaal domein. Bijvoorbeeld: ik heb een scootmobiel nodig. Bij huisbezoek kan blijken dat er meer speelt dan alleen een mobiliteitsprobleem. Denk aan vervuiling, schulden of vermoedens van huiselijk geweld.”

In dit geval is het college van b&w verplicht tot onderzoek naar de vraag of er sprake is van meervoudige problematiek. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenspraak met de persoon in kwestie en eventuele betrokken gezinsleden. Daarbij staat de hulpvraag van de inwoner centraal.

“De tweede situatie is dat een professional al betrokken is bij een huishouden en vermoedt dat er behoefte is aan (meer) zorg of ondersteuning vanuit het sociaal domein om tot een duurzame oplossing van de problematiek te komen”, vervolgt Pattiwael-Bakker. “Ook kan het zijn dat de professional constateert dat noodzakelijke samenwerking tussen partijen niet van de grond komt. Bijvoorbeeld een jeugdhulpverlener die ziet dat ouders kampen met problemen waarvoor andere professionals verantwoordelijk zijn. De hulpverlener kan het college vragen om te onderzoeken of een integrale aanpak bijdraagt aan het verminderen van de problematiek.”

Voor dit verzoek geldt wel een drempel: er moet sprake zijn van ernstige problematiek. Het college maakt vervolgens samen met de professional een afweging of de inzet van de gemeente inderdaad kan bijdragen aan betere hulp en vermindering van de problemen.

Het wetsvoorstel geeft gemeenten geen vrijbrief om álle gegevens van álle mensen uit álle domeinen met elkaar te verbinden

Onderzoek, werkplan en coördinatie

Blijkt er na het onderzoek sprake van gestapelde problemen die om een gecoördineerde aanpak vragen, dan stelt het college van b&w een werkplan op. Dat gebeurt zo nodig samen met betrokken partijen. Het werkplan beschrijft wat elke partij gaat doen en welke voorzieningen nodig zijn, en komt voor zover dit mogelijk is tot stand in overleg met de mensen waar het om gaat. Daarbij zorgt het college ervoor dat er afspraken komen over wie de coördinatie doet: een gemeenteambtenaar, de professional of in de inwoner zelf. “Tijdens de uitvoering is het handig om te monitoren of het plan ook doet wat het moet doen of dat er bijstelling nodig is. Die benodigde coördinatie wordt tevens geregeld in het wetsvoorstel”, aldus Lamboo.

Wat vindt 'het veld'?

Hoe kijkt ‘het veld’ tegen het wetsvoorstel aan? Linda Hazenkamp van de VNG zegt dat het wetsvoorstel juridisch mogelijk maakt wat in de praktijk al gebeurt. “En dat is een goede zaak.” Privacyjurist Selina Brondijk-Kossen van de gemeente Amsterdam vindt dat de wet gemeenten helpt bij de opgave om een integrale aanpak van de problematiek van inwoners neer te zetten. “Dat helpt bij een professionaliseringsslag. Daarvoor kunnen gemeenten het wetsvoorstel aangrijpen: nu mag het écht.”

Als de integrale aanpak in een gemeente nog niet of niet voldoende van de grond komt dan is de wettelijke basis volgens sommigen een stok achter de deur om er (nog) serieuzer mee aan de slag te gaan. “Gemeenten zijn nu soms, terecht, terughoudend door onduidelijkheden in de wetgeving”, aldus Brondijk. “Dit werkt ‘handelingsverlegenheid’ van professionals in de hand. Zij durven soms geen gegevens te delen, ook niet als dat gezien de situatie noodzakelijk is, omdat zij menen geen grondslag in de wet te hebben voor gegevensdeling.”

Maar we mogen ook geen wonderen verwachten van de wet, waarschuwt Terry Lamboo. “Er wordt soms te gemakkelijk verwezen naar knelpunten in wetgeving. Terwijl belemmeringen vaak te maken hebben met hoe gemeenten de uitvoering hebben georganiseerd. Zijn de werkprocessen goed ingericht? Is er een risicoanalyse gedaan? Hebben medewerkers de juiste vaardigheden? Gemeenten zijn hiervoor zelf verantwoordelijk. Mede daarom toetsen we aan de hand van casussen het wetsvoorstel aan de praktijk.”

Er wordt soms te gemakkelijk verwezen naar knelpunten in wetgeving. Terwijl belemmeringen vaak te maken hebben met hoe gemeenten de uitvoering hebben georganiseerd

Praktische vragen

Tijdens deze praktijktoets werden de verschillende stappen van de beoogde integrale aanpak in kleine sessies besproken.

Over het werkplan hebben verschillende deelnemers vragen. “Lost een werkplan de samenwerkingsproblemen echt op?”, vraagt een beleidsmedewerker van een gemeente zich af. “Een werkplan is niet een term waar je hoge ogen mee gooit. En komt dit bovenop de bestaande plannen die met een cliënt worden opgesteld? Straks ervaren professionals ervaren het als wéér een extra document.”

Ook is niet helemaal duidelijk in hoeverre het werkplan mogelijkheden biedt voor een beschikking over het toekennen van voorzieningen. Het zou vreemd zijn als in het werkplan staat dat een uitkering nodig is, en die vervolgens wordt geweigerd. Zorg in ieder geval dat het werkplan duidelijker wordt toegelicht en geef aan wat er in het werkplan moet komen, zo luidt het advies. Anders is het niet werkbaar.

Het feit dat een professional in gevallen van ernstige problematiek een verzoek kan doen ‘tot integrale aanpak’ bij de gemeente levert ook vragen op. Zo wil Jorrit de Boer van de gemeente Tilburg weten wat de definitie is van ‘ernstige problematiek’. “Hoe vertaalt zich dit naar de uitvoeringspraktijk? Het risico bestaat dat moeilijke casussen over de schutting worden gegooid van het college. Hoe voorkom je dat de werklast verschuift van de ene naar de andere organisatie?”

Deze wet is ook een middel om gezamenlijk tot een effectieve aanpak te komen, ieder van uit z'n eigen taak, vervolgt hij. “Het is weinig zinvol een wet te implementeren, maar niet vanuit de eigen taak anders dan die van de gemeente verantwoordelijkheid te nemen. Het is de gezamenlijke maatschappelijke opgave die ons bindt.” 

Andere professionals willen weten waar ze zich kunnen melden als zij vermoeden dat mensen kampen met ernstige problematiek. Wat zijn de ‘ingangen’ bij de gemeente en hoe weet je wanneer je waar moet zijn? “Er bestaan diverse wegen die professionals kunnen bewandelen, zoals het meldpunt Wvggz of Veilig Thuis bij ernstige zorgen over kinderen”, aldus een deelnemer die werkt bij een Veiligheidshuis. “Hoe verhoudt de rol van het college zich tot de Zorg- en Veiligheidshuizen? Wie roep je wanneer in? En wie bepaalt wanneer een casus voldoet aan de criteria van het Veiligheidshuis? Het is belangrijk dat gemeenten dit lokaal goed organiseren.”

Vervolg

Geconcludeerd kan worden dat het wetsvoorstel een stap vooruit is, maar dat er nog wel wat werk aan de winkel is. Mede aan de hand van deze bijeenkomst en overleggen met professionals uit de domeinen zorg, onderwijs en veiligheid heeft het schrijfteam het concept wetsvoorstel aangescherpt. De volgende stap is de formele internetconsultatie die 19 maart 2020 van start is gegaan en 14 mei 2020 eindigt. Tegelijkertijd zijn onder andere de Autoriteit Persoonsgegevens en de VNG om advies gevraagd. Kortom: wordt vervolgd.

> Ga naar de consultatie van de wet Aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams): https://www.internetconsultatie.nl/meervoudigeproblematiek  

Foto: Margot Polinder, Unsplash