Bijeenkomst Programma Sociaal Domein ‘We zijn met elkaar aan de slag!’

Op 18 januari kwamen alle trajectregisseurs vanuit zowel gemeenten als het Rijk bij elkaar. En terwijl er buiten een storm woedde werd er binnen hard gewerkt om elkaar te leren kennen, verder te helpen en te inspireren. Want 2018 wordt het jaar van écht losgaan.

Opening door Erik Dannenberg: Schuurt het in de stelsels of in je hoofd?

Erik Dannenberg, voorzitter van Divosa en lid van de programmaraad, opende de ochtend. ‘Vanuit mijn achtergrond als hulpverlener heb ik té vaak gezien dat verschillende professionals allemaal hun eigen stukje hulpverlening uitvoeren. Er wordt te veel gefragmenteerde hulp geboden. Mensen moeten primair als mensen worden gezien en niet als ‘probleem’ of ‘handicap’. De vraag moet zijn: ‘Wat is in dít gezin de bovenhangende problematiek?’. Problemen en knelpunten bij de transformatie sociaal domein zijn volgens hem dan ook niet primair financieel van aard, oplossingen moeten vooral worden gezocht in een andere manier van organiseren, een andere attitude en het vergroten van kennis. Dannenberg benadrukt dat 2018 het jaar wordt waarin het programma sociaal domein écht losgaat. ‘Het wordt nu duidelijk of er op de Rijkstafel nog iets moet worden opgelost, of dat het Rijk zegt: “Jullie denken dat het een probleem is, maar het kan best!”. Met andere woorden: schuurt het in de stelsels, of in je hoofd?’ Hij wenst alle trajectregisseurs en projectleiders/-ondersteuners hier veel succes bij.

Toelichting thematraject ‘Basis van de arbeidsmarkt’

Hilde Reints, directeur Sociaal Domein in Enschede, is trajectregisseur van ‘Basis van de arbeidsmarkt’ en gaf een kijkje in de keuken van dit traject. ‘In 2022 hebben we een tekort van ongeveer 100 tot 125 duizend professionals in de zorg. En tegelijkertijd zitten er zóveel mensen zonder baan thuis. Met dit traject proberen we mensen die op dit moment een afstand tot de arbeidsmarkt hebben aan het werk te krijgen in de zorg. Verschillende partijen zien daarvoor veel praktische hobbels, maar mensen bekijken dit vraagstuk te veel vanuit hun eigen koker’, aldus Reints. Projectleider Jeanet Zonneveld: ‘Dit project vraagt om een gezamenlijke inzet van Rijk en gemeenten. We willen met vijf gemeenten en het Rijk samen muren slechten en onderzoeken waar de werkende factoren liggen.’ Reints: ‘Als we komend jaar 25 mensen aan een baan in de zorg helpen, is dat al mooi. Daarvoor moeten we met elkaar aan de slag!’

Ombudsman Metropool Amsterdam Arre Zuurman

Daarna was het tijd om met elkaar in gesprek te gaan over dilemma’s binnen het programma sociaal domein. Ombudsman Arre Zuurman noemt een aantal thema’s die volgens hem belangrijk zijn in de verschillende thematrajecten:

  1. Privacy en tuchtrecht.
  2. Belerend beleid (toelichting: je kunt keer op keer de vloer in je huis blijven dweilen, maar dit is onbegonnen werk als de complete wijk rond jouw huis een modderig terrein blijkt te zijn). Arre spreekt in dit verband ook over het kappen van omliggende regelgeving.
  3. Leiderschap: bestuurlijk, ambtelijk en persoonlijk (professioneel).
  4. Echte transformatie.
  5. Burgerkracht en ervaringsdeskundigheid.

Arre licht deze thema’s toe aan de hand van een aantal voorbeelden uit zijn praktijk als ombudsman. Daarna wordt met de aanwezigen gediscussieerd over de vraag wat zij hiervan herkennen in hun eigen trajecten. Ook gaat de discussie over de vraag wat nu eigenlijk transformatie in het sociaal domein betekent. Arre vertelt dat hij het antwoord op deze vraag het meest krachtig ziet verwoord in de publicatie ‘Nabij is beter: essays over de beloften van de 3 decentralisaties’. Hierin wordt de innovatieagenda van de decentralisaties samengevat aan de hand van 10 ‘beloften’: nabijheid, integraal, anti-bureaucratisch, eigenkracht, burgerkracht, eigenaarschap, generalistisch, preventief, leefwereld, integrale kosten-batenanalyse.

Eén van zijn prikkelende praktijkvoorbeelden: vertragende procedures bij het bieden van een dak boven het hoofd aan dak- en thuislozen. Arre deed als experiment zelf een aanvraag voor een daklozenuitkering. Hiervoor moest hij vier keer op intake komen. Er bleek vervolgens een wachtlijst van een aantal maanden te zijn. Maar een tijdje inwonen bij iemand doe je ook niet zomaar –  je zou zomaar gekort kunnen worden op een uitkering. ‘Er zijn zoveel regels vanuit de overheid dat niemand meer echt voor elkaar durft te zorgen. De angst die mensen hebben om een beroep te doen op de overheid is groot, ze zijn bang dat ze het verkeerd doen. Bijstandsmoeders zijn niet bang voor die dakloze, maar voor de overheid.’

De discussie die Arre’s verhaal heeft doen oplaaien, gaat nog even verder in kleine groepjes of in één-op-één gesprekken. Dit moment wordt door veel aanwezigen aangegrepen om kennis met elkaar te maken, en ervaringen uit de verschillende trajecten uit te wisselen, inclusief mogelijkheden om samen te werken. Want: ‘2018 wordt het jaar van de uitvoeringsstand. We zitten samen in een leerproces: we moeten mensen leren dat je eerlijk mag zijn. En als jij niet weet hoe het moet, zoeken we het met elkaar uit.’